Column: Neres liet mij als jonge Ajacied weer dromen

door BadembaBarrie 31

Column: Neres liet mij als jonge Ajacied weer dromen

door BadembaBarrie 31

Laatst geüpdatet

Als je iets van verre ziet aankomen, is de klap vaak minder hard. Als dat ook hier opgaat, dan wil ik niet weten hoeveel pijn het me had gedaan als David Neres uit het niets was weggeplukt bij Ajax. De Braziliaan is al tijden geen schim meer van de speler die ooit de Amsterdamse harten veroverde en zijn transfer voor een redelijk bedrag is waarschijnlijk voor iedereen het beste. Toch merk ik dat ik het nieuws van zijn vertrek maar moeilijk kan verkroppen.

Er zijn natuurlijk ook genoeg redenen om als Ajacied een zwak voor Neres te hebben. De fantastische wedstrijden die hij speelde tegen Feyenoord, zijn heerlijke persoonlijkheid en zijn vele cruciale doelpunten, ook in zijn mindere laatste jaren in Amsterdam, om er maar een paar te noemen. En toch merkte ik dat geen van die dingen ten grondslag ligt aan het dubbele gevoel dat ik heb bij Neres’ vertrek.

Naarmate ik er meer over na ging denken vond ik het ook raar dat het me zo raakte. Neres is in Amsterdamse dienst wel van waarde geweest, maar de afgelopen anderhalf jaar was zijn spel toch vaker frustrerend dan hoopgevend. In de seizoenen daarvoor deed de Braziliaan het verder niet slecht, maar alleen in 2018/19 was hij gevoelsmatig écht top. Als je vijftien à zestien miljoen kunt vangen voor iemand die eigenlijk maar één seizoen geweldig was en daar bovendien een beter alternatief voor terug kunt halen, zou je daar eigenlijk blij mee moeten zijn. Een strik erom en bedankt voor bewezen diensten, zou je denken. Waarom dan toch dat enigszins verdrietige gevoel?

Opeens besefte ik het: het is niet ‘maar’ één seizoen, het is dát seizoen. Neres heeft niet zomaar een seizoen fantastisch gespeeld, Neres heeft dát seizoen fantastisch gespeeld. En door dat seizoen zo fantastisch te spelen en zo belangrijk te zijn, heeft Neres mij als relatief jonge Ajacied weer laten dromen.

Met 1997 als geboortejaar, groeide ik op met de verhalen over hoe goed Ajax ooit was. Over hoe diezelfde club die ik jaar in jaar uit tevergeefs een gooi zag doen naar de dertigste landstitel in zijn geschiedenis, nog geen vijftien jaar daarvoor de cup met de grote oren won. Ajax was een club om trots op te zijn, zoveel was duidelijk, maar bij het Ajax waar ik als jonge jongen fan van was, was er van die rijke en trotse Europese geschiedenis nog maar weinig zichtbaar.

Frustrerender nog was dat er maar weinig tekenen waren dat er überhaupt nog verandering zou komen in die situatie. Illusieloze UEFA Cup-avonturen maakten plaats voor kansloze Champions League-missies die uitmondden in vaak pijnlijke Europa League-campagnes. Niets wees erop dat Ajax ooit weer in de buurt zou komen van het niveau, de status en de successen van midden jaren ’90, laat staan begin jaren ’70.

Toen kwam ineens het seizoen 2016/17 en even had ik hoop op het begin van iets moois. Het gitzwarte seizoen dat volgde, deed al die hoop echter vervliegen. De Europa League-campagne leek een uitschieter en Ajax leek weer terug bij af. Totdat de club eind juli 2018 aan een magische reis begon die langs Graz, Luik, Kiev, München, Lissabon, Athene, Madrid, Turijn en Londen leidde en uiteindelijk een paar weken te vroeg eindigde. De herinneringen zijn desondanks echter meer dan goud waard en Neres heeft daar een enorm aandeel in. De assist op Hakim Ziyech thuis tegen Real Madrid, uiteraard het doelpunt in Santiago Bernabeu en wie kan zich die fantastische solotreffer thuis tegen Juventus nu niet herinneren?

Met zijn doelpunten, assists en niet te vergeten zijn fantastische spel is Neres onlosmakelijk verbonden met de successen en bovenal de overweldigende emoties van dat seizoen. Opeens was Europees succes geen ding meer uit het verleden, opeens hoefde ik me niet meer proberen voor te stellen hoe het moest zijn geweest om Ajax zó’n hoog niveau aan te zien tikken en zó ver te zien komen in Europa. Opeens dacht ik niet meer wauw, wat zou dat mooi zijn als ik Edwin van der Sar of Marc Overmars weer hoorde zeggen dat ze Ajax terug wilden brengen naar de Europese top, opeens dacht ik Jezus, we zijn het gewoon aan het doen.

In de rust van het thuisduel met Tottenham Hotspur stond ik ineens recht tegenover een medesupporter die ik niet kende, maar waarvan ik kon zien dat hij van mijn leeftijd was. We zeiden nauwelijks iets tegen elkaar, maar onze brede grijnzen en van ongeloof schuddende hoofden zeiden genoeg: wat gebeurt ons hier in godsnaam. Over het duel in kwestie hoeven we het verder niet meer te hebben, maar dat totaal euforische moment in de rust is tekenend voor wat Ajax, met Neres als fundamentele speler binnen het team, dat seizoen met mij deed. Het is nog altijd één van, zo niet dé meest dierbare herinnering die ik heb als Ajacied.

Lang heb ik het niet gedurfd, lang hield ik nauwelijks serieus rekening met de mogelijkheid. Eigenlijk pas op het moment dat Neres in Bernabeu zijn rechtervoet tegen de bal aanzette en voor de 0-2 tekende, daalde het besef in en durfde ik het weer: dromen. Dromen van Ajax als meer dan ‘slechts’ een Nederlandse topclub, dromen van Ajax als Europese grootmacht, dromen van een toekomst waarin ík degene ben die uren doorgaat over hoe goed Ajax wel niet was. Als cruciaal onderdeel van dat legendarische team maakte Neres het mogelijk en aan het krediet dat hij daarmee bij mij heeft opgebouwd, zullen nog geen honderd belabberde jaren iets af doen. Het moment is helaas gekomen om afscheid te nemen, maar in de geest van Sierd de Vos: Neres, ik dank je!

Bademba Barrie (Twitter: @Bademba__Barrie | E-mail: B.Barrie@Ajaxshowtime.com)

Scoort Brian Brobbey meteen tegen FC Utrecht? Zet in en krijg 2,20 keer je inzet terug!

Lees meer over:
Plaats reactie
Laad meer reacties