Bekende
Nederlanders en Ajax.
Waarom zijn ze fan geworden van de Amsterdamse club en hoe beleven zij de
wedstrijden van hun grote liefde? Komen ze vaak in het stadion of kijken ze de
wedstrijden liever thuis of in de kroeg? En wat vinden ze eigenlijk van het
huidige Ajax? In de rubriek ‘Onze Trots’
gaan we op zoek naar de liefde voor Ajax van de BN’ers en publieke figuren. In
deel 48 spreken wij met Chris Zegers.
Je
kunt hem kennen als acteur, als zanger of als presentator: Chris Zegers is van
alle markten thuis. Als acteur speelde hij in onder meer All Stars, Van
God Los, Hollands Hoop en Ron Goossens, Low Budget Stuntman. Zegers deed
ook mee aan bekende tv-programma's als Wie is de Mol?, De Slimste
Mens en Maestro, terwijl hij bij veel mensen bekend is als
presentator van programma’s als 3 op Reis en Break
Free. De geboren Zeistenaar werkt ook in de muziek. Zo zingt hij in de
rockband The Hudson Five.
We
spreken met Zegers af in hartje Amsterdam, waar we onder het genot van een
heerlijk lentezonnetje gaan spreken over zijn liefde voor Ajax. Al van kinds af
aan is Zegers gek op voetbal, zo vertelt hij. Hij had dan ook de droom om
profvoetballer te worden. Hij werd ooit eens gescout voor het jeugdplan,
waardoor hij een wedstrijd in het stadion van FC Utrecht mocht spelen.
‘Er
was alleen een probleem tussen de amateurclub waar ik voetbalde en het
jeugdplan. Je werd afgevaardigd door je amateurclub, waar je wel gewoon je
wedstrijden bleef voetballen. Je trainde bij het jeugdplan met allemaal jongens
uit de provincie', legt hij uit. 'Mijn amateurclub had een verschil van inzicht
in hoe het werd begeleid en zij hebben ons toen niet ingelicht dat wij waren
gescout voor FC Utrecht. Dat was ontzettend pijnlijk, want ik wilde
profvoetballer worden. Toen ik dat een maand later hoorde, ben ik van de één op
andere dag gestopt met voetballen’, zegt Zegers, die toen een jaar of twaalf,
dertien oud was.
Zegers
had nog meer redenen om te stoppen met voetballen. Zo was hij in de
zomervakantie op een zomerkamp gegaan. 'Daar waren allemaal hele leuke meiden,
waar ik verliefd op werd’, lacht hij. ‘Ik ontdekte sigaretjes en ging een
beetje muziek maken. Ik dacht: er zijn meer leuke dingen dan voetbal. Dat was
eigenlijk de hoofdreden om te stoppen met voetbal en toen ben ik ook in een
bandje gaan spelen.’
Voetballen en naakt warmlopen in
studententijd
Enkele
jaren later is Zegers in zijn studententijd in Groningen weer gaan voetballen.
‘Op een blauwe maandag heb ik nog met Niels Wijne (hoofd medische staf Ajax,
red.) gevoetbald. Hij voetbalde bij dezelfde vereniging als ik in Groningen’,
aldus Zegers, die opmerkt dat het niveau van het eerste elftal toen te
hooggegrepen was. ‘Toen ging ik kijken: wat is het leukste elftal? Toen ben ik
in dat vriendenteam gaan spelen en dat was zes jaar feest.’
‘We
waren bijdehante rotjongens, dus we dachten vaak grappen uit te kunnen halen’,
begint Zegers een van zijn vele anekdotes van deze middag. ‘We gingen naakt
warmlopen. Daar terg je de tegenstander natuurlijk enorm mee, dus zij waren al
bloedlink voordat de wedstrijd was begonnen. Het was een soort hoogspringen,
dat eerste halfuur. Maar we wonnen wel en we werden kampioen’, zegt Zegers, die
vertelt dat hij dan met zijn team op de platte kar het kampioenschap vierde.
‘Iedereen dacht: wat zijn dit voor malloten? Niemand had er interesse in, maar
wij vonden het hartstikke grappig.’
In de klas met Jan van Halst
Als
kind zat Zegers met Jan van Halst op school. Hij vertelt dat de latere
profvoetballer en Ajacied ‘gewoon’ een betere voetballer was. ‘Hij en een
vriend kwamen mij een keer tegen op het schoolplein en Jan zei: “Hé Zegers,
laat eens even zien of je echt zo goed kan voetballen als je zegt”.'
'Die
competitie is er natuurlijk op dat hogere niveau', vertelt Zegers, die aangeeft
dat bepaalde fanatisme buiten het veld niet per se te hebben. 'Als ik je
negentig minuten op het veld zie, vreet ik je op. Maar daaromheen niet, dan wil
ik gewoon gezellig een biertje drinken, terwijl de competitie in de kleedkamer
doorgaat. Zo van: wie heeft de grootste bek, wie is de baas in het elftal. Dat
is totaal niet aan mij besteed. Wat dat betreft spreekt die wereld mij helemaal
niet aan.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Chris Zegers volgt Ajax op de voet en bezoekt ook regelmatig Europese uitwedstrijden van de club.
Zegers kent geen haat richting
andere clubs
Als
kind was Zegers - die opgroeide in Zeist - fan van FC Utrecht. Later werd hij
Ajacied. ‘Ik vind het leuk om voor een team te zijn als je voetbal kijkt, maar
ik ben wel extreem voor Ajax. Ik voel alleen totaal geen haat tegen een andere
club. Ik hoop dat PSV het bijvoorbeeld goed doet in de Europese competities.
Als ik voor iets ben, ben ik niet per definitie tegen iets’, legt de
presentator uit.
De
onderlinge haat tussen supporters van rivaliserende clubs is iets wat Zegers
maar moeilijk kan begrijpen. ‘Als je kijkt naar de harde kern van de ene club
en de harde kern van de andere club, zie je dat het dezelfde types zijn. Deze
gasten zijn eigenlijk hetzelfde, alleen het plakkertje van de naam is anders.
Het zijn gewoon gasten die normaal met elkaar een biertje zouden moeten
drinken.’
Wel
gelooft Zegers in rivaliteit, zo vertelt hij. ‘Dat heeft te maken met je identiteit
ergens aan ontlenen. De rivaliteit, de clubcultuur, het gaat om ergens bij
willen horen om jezelf identiteit te willen geven. Wat dat betreft begrijp ik
het wel, maar als je een identiteit hebt, betekent dat niet per definitie dat
de identiteit van een ander slecht is. Dat is waar ik mezelf dan loskoppel. Als
je niet voor Ajax bent, dan vind ik je niet meteen een lul.’
'Na die nederlaag tegen Tottenham
Hotspur was dat de beste scène die ik ooit gespeeld had'
Zegers
haalt vervolgens een anekdote over het Champions League-duel tussen Ajax en
Tottenham Hotspur op. In die tijd vonden de opnames voor de serie Hollands
Hoop plaats. ‘Rondom de return hadden wij een nachtopname. Dan moet je
om een uur of zes op de set zijn en dan ben je tot een uur of vier ‘s nachts
bezig. Ik kon niet naar de ArenA, maar dacht wel: dit moet goed komen. Ajax was
echt in vorm en had uit met 0-1 gewonnen.’
‘Ik
weet nog dat ik een scène had gespeeld tijdens de eerste helft en toen liep ik
snel naar de jongens die op een tv’tje zaten te kijken: 2-0 bij rust. Ik
denk: dit is kaasie’, vervolgt Zegers. ‘De laatste scène was er één
waar ik onder schot werd gehouden en compleet radeloos moest zijn en doodsangst
moest uitstralen. Tijdens de voorlaatste scène hoorde ik dat het ineens 2-1
stond en toen had ik nog een halfuur voor de laatste scène. Ik ben in een
kamertje gaan zitten met mijn kop tussen mijn knieën, want ik wilde niets
horen. Ik kon het gewoon niet aan. Het is verschrikkelijk om met dat gevoel te
moeten acteren. Ik kwam terug en vroeg: hoeveel staat het? 2-2, met nog twee
minuten te gaan. Ik dacht: ze gaan het redden.’
De
opnameleider gaf vervolgens aan dat de laatste checks gedaan moesten worden en
vanuit zijn ooghoek zag Zegers de geluidsman naar de wedstrijd kijken. ‘De
opnameleider zei dat we gingen draaien en op dat moment draai ik mij nog één
keer om. Ik zag de geluidsman helemaal groen worden van ellende. Ik keek hem aan en zeg: wat? Het was 2-3. En toen moest ik spelen… Ik werd onder schot gehouden en
ik had een groen gezicht. Dat hielp enorm mee, want ik was helemaal naar de
klote. Ik moest maar twee of drie dingen zeggen in die scène en verder alleen
maar in paniek zijn. Nou, dat is de beste scène die ik ooit heb gespeeld. Het
was gewoon mijn reactie op die wedstrijd.’
Voetbal kijken bij opa en oma
Terug
naar de liefde voor Ajax, want: wanneer is die nou ontstaan? ‘Cruijff en
Neeskens waren mijn grote jeugdhelden. Mijn opa en oma waren gek op voetbal en
de vrijdag voor mijn voetbalwedstrijd sliep ik vaak bij hen. Mijn opa was
betrokken geweest bij de oprichting van de club waar ik speelde, dus er werd
altijd wel over voetbal gesproken. Ik weet ook nog dat ik in het logeerbed
gehuild heb toen Cruijff bekendmaakte dat hij in Amerika ging voetballen. Ik
dacht dat het de laatste keer was dat ik iets van Cruijff had vernomen’,
vertelt Zegers, die Cruijff later nog wel zag terugkeren in Europa.
‘Mijn
ouders keken nooit naar voetbal en ik moet toegeven dat ik in mijn jeugd vrij
weinig voetbal keek’, vertelt de presentator. ‘Ik luisterde alleen naar Langs
de Lijn. De terugkeer van Cruijff heb ik via Langs de Lijn meegekregen. Een van
de meest legendarische wedstrijden was de 8-2 zege op Feyenoord, waar Cruijff
naartoe was gegaan.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Chris Zegers was als kind enorm fan van Johan Cruijff: 'Ik weet ook nog dat ik in het logeerbed gehuild heb toen Cruijff bekendmaakte dat hij in Amerika ging voetballen.'
'Extreem fan van Ajax en dat had
vooral te maken met Europees voetbal'
‘Destijds
was ik al extreem voor Ajax en dat vooral te maken met Europees voetbal. Dat
was voor mij magie’, zegt Zegers, die weet dat Ajax in die periode ontzettend
goed was geweest in Europa. ‘Vanaf mijn jeugd is het Europese voetbal het meest
magische voetbal geweest. Ik vind het mooi als Ajax kampioen wordt, maar voor
mij is het belangrijk dat ze Champions League spelen.'
'Die
wedstrijd tegen Eintracht Frankfurt vond ik echt verschrikkelijk. Ik word
liever tweede met een Europa League-finale dan eerste en zo worden
uitgeschakeld. Het is niet sportminded. Als die spelers naar een Europese
topcompetitie gaan, moeten ze ook twee keer spelen op een hogere intensiteit’,
is Zegers van mening. 'Als Ajax in Frankfurt in zijn sterkste opstelling zou hebben gespeeld, hadden ze kunnen winnen en de Europa League-finale kunnen halen', zegt Zegers. Ten tijde van het interview leek het erop dat Ajax landskampioen zou worden, mede omdat Farioli dus spelers had gespaard tijdens het uitduel met Eintracht Frankfurt. 'We weten inmiddels dat het toch helaas anders is gelopen', laat Zegers in een reactie nog weten.
‘De
liefde voor Ajax vindt zijn oorsprong dus in het Europese element. De begin
jaren tachtig waren donkere jaren, maar toen brak Van Basten door en Cruijff
kwam terug als coach. Toen wonnen we in 1987 uit het niets de Europa Cup II. Ik
kan mij de finale in Athene nog goed herinneren. Het stadion was praktisch
leeg, er zaten slechts 15.000 mensen op de tribune. Het voetbal werd anders
beleefd, maar Ajax won wel een Europa Cup. Daarna was het weer hosanna. Het was
de opmaat naar de gouden jaren in de jaren negentig.’
‘Ik
kan me ook nog herinneren dat Ajax voor de Europese Supercup tegen het FC Porto
van onder meer Rui Barros speelde. De thuiswedstrijd werd in het Olympisch
Stadion gespeeld. Ik ben daar toen heen gegaan, ergens in november. Het werd
0-1 en er waren maar iets van 12.000 supporters, terwijl er toen wel 50.000 in
konden. Ik zat ergens bovenin, in de snijdende wind. Ik heb negentig minuten
staan blauwbekken. Het werd een draak van een wedstrijd, maar het was wel mijn
eerste wedstrijd in een stadion.’
Zegers in Wenen
Betere
herinneringen bewaart Zegers aan de Champions League-finale van 1995. Deze
anekdote is bekend bij de fervent luisteraar van de Pak
Schaal Podcast en de lezer van Hard Gras,
maar de presentator haalt de anekdote nog eens op. In dat seizoen woonde en
studeerde Zegers in Groningen en zag hij Ajax met een paar vrienden in een
studentenhuis na de 5-2 zege op Bayern München de finale van de Champions
League bereiken. ‘Ik dacht maar aan één ding: ik moet erbij zijn in die finale.
Ik werkte alleen in een bar, dus ik had niet al te veel geld om te besteden. En
hoe kom je in dat stadion?’, vroeg een toen nog 24-jarige Zegers zich af.
Hij
werd vervolgens gebeld door een vriendin, wiens moeder in Wenen woonde. ‘En de
vriend van haar moeder was manager van het hotel waar Ajax zou verblijven. Dus
die vriendin zei: we hebben kaarten, ga je mee naar Wenen? Die hadden ze
gekregen. We zijn toen met z’n vijven in een Fiat 500 - de kleinste auto op
aarde - naar Wenen gegaan. Een dag voor de finale gingen we ernaartoe en die
moeder woonde in een waanzinnig appartement.’
Zegers
weet nog dat Maarten Oldenhof - destijds de financieel directeur en later de
algemeen directeur van Ajax - naar het appartement kwam om de kaarten te
overhandigen. ‘De vriend van haar moeder zei: als jullie morgen zin hebben, kom
je na de wedstrijd naar het hotel om een borreltje te halen. Dan moesten we wel
netjes gekleed zijn.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Frank Rijkaard nadat Ajax in 1995 de Champions League heeft gewonnen.
De
wedstrijd zelf is een bekend verhaal: dankzij het puntertje van Patrick
Kluivert won Ajax de finale met 1-0. Na de wedstrijd waren Zegers en zijn
studievrienden euforisch en vertrokken ze naar het hotel. Tijdens het omkleden
in de struiken zag Zegers de selectie van AC Milan - de Italianen zaten twee
hotels verderop - langslopen. ‘Daarna liepen wij het hotel binnen en werden we
in eerste instantie nog tegengehouden door de bewaking. Ik noemde de naam van
degene die ons had uitgenodigd, waarna we werden binnengelaten. Binnen vijf
minuten stonden we aan de bar en zagen we allemaal mensen omtrent Ajax en de
tv-wereld. We dachten nog: wie zijn hier allemaal?’
‘Ik
ging een biertje bestellen en die bleken gratis te zijn. Op een gegeven moment
komt een maatje - die rond was geen neuzen - naar ons: “kom naar boven, ze zijn
er!”. Wij lopen naar boven en binnen vijf minuten had ik die Europa Cup in mijn
handen en ging ik op de foto met Frank Rijkaard en Danny Blind. Moet je je
voorstellen dat je nog een pikkie bent. Je gaat met een Fiat 500 naar Wenen en
plots sta je naast je helden met die cup in de hand en je hebt geen cent
uitgegeven, haha. Hilarisch!’
Fan van Rijkaard
De
favoriete Ajax-speler aller tijden voor Zegers is Rijkaard. Daar heeft hij
meerdere redenen voor. ‘Allereerst zijn bescheidenheid. Ajax wordt altijd met
bluf en bravoure geassocieerd, dat vind ik ook goed, maar het moet in het spel
tot uiting komen. Hoe meer je erover ouwehoert, hoe zwakker het wordt. Stoere
jongens zeggen niet dat ze stoer zijn, zeg maar. Het lef en bravoure moet je op
het veld laten zien.'
‘Rijkaard
heeft een bepaalde bescheidenheid die hem siert’, vervolgt Zegers. ‘Als je hem
hoort praten, is het bijna altijd interessant. Inhoudelijk is hij sterk. Het
gaat verder dan alleen “dit of dat is gebeurd”. Hij denkt over dingen na en dat
siert hem’, aldus de acteur, die het te prijzen vindt dat Rijkaard al jaren in
de anonimiteit leeft.
Tekst gaat verder onder de foto.
Chris Zegers met Frank Rijkaard, vlak nadat Ajax in Wenen de Champions League had gewonnen.
‘En
als jij bij Ajax vertrekt en je via Sporting, Real Zaragoza en AC Milan dan
terugkeert… Veel mensen zeggen het wel, maar hij kwam ook echt terug om het
jonge team op sleeptouw te nemen. Daar heb ik zo’n bewondering voor. Een aantal
andere spelers heeft het ook gedaan. Ze zijn er, maar wel in de minderheid. Hij
heeft veel successen gecreëerd. Voor mij is hij iconisch als Ajacied omdat hij
het altijd op het veld liet zien. Buiten het veld hield hij altijd zijn mond.’
‘Ik
heb hem weleens ontmoet en laatst kwam ik hem nog tegen toen ik moest
voetballen. Vlak voor de wedstrijd begon, zag ik hem staan. Ik liep even naar
hem toe: “doe even mee, joh!”. Hij zegt: “ben je gek, ik ga nooit meer
voetballen, haha”. Ik zit nu ook bij Ziggo Sport (Formule 1, red.) en daar kwam
ik Rafael van der Vaart tegen. En Daniël de Ridder kom ik ook weleens tegen’,
zegt hij over de persoon, die mogelijk in beeld is als toekomstig bestuurder
bij Ajax. ‘Daniël is rustig, bescheiden en slim. Hij heeft recentelijk weer een
studie gevolgd, iets met de kunstacademie geloof ik. Het is echt een extreem
slimme jongen.’
'Je moet Klaassen eigenlijk Mister
One noemen'
Op
dit moment is Davy Klaassen de favoriet van Zegers. ‘Hij is heel populair,
omdat hij zo bevlogen is en zo’n hart heeft voor Ajax. Ik zag een interview van
hem toen hij terugkwam van Werder Bremen en daarin was hij heel ontroerd. Dat
spreekt mij heel erg aan. Dat hij zo’n groot hart voor Ajax heeft. Hij wordt
vaak Mister 1-0 genoemd, maar eigenlijk moet je hem Mister
1 noemen, want hij maakt niet alleen vaak de 1-0, maar ook heel vaak
de 1-1. Hij is gewoon Mister One, dat is Davy.’
Tekst gaat verder onder de video.
Chris Zegers voelde voorafgaand aan het uitduel met Real Madrid al aan dat Ajax een historisch avond tegemoet ging.
Het
grootste voetbaltalent in de selectie wordt door Zegers Mika Godts genoemd. ‘Je
merkte bij Farioli dat de aanvallers in aanvallend opzicht minder opdrachten
krijgen. De verdediging staat en op de helft van de tegenstander mogen de
aanvallers het laten zien waar de ruimte is. Dat komt Godts ten goede. Hij
zoekt de één-tegen-één op. Er zijn nog maar zo weinig spelers die dat doen. Hij
doet het en dat is zó lekker.’
Voor
Jordan Henderson wil Zegers ook een lans breken. ‘Hij is soms best wel een
anti-held. Hij kwam binnen als “de grote Henderson”. De verwachtingen waren
enorm hoog. Ik vind hem zo fantastisch: hoe hij zich opstelt richting het team,
hoeveel vuil werk hij opknapt, hoeveel ballen hij opeist, hoe hij coacht, noem
maar op. Hij is de “sweeper” achter het middenveld en dat doet hij ontzettend
goed. Ik heb groot respect voor hoe hij zich heeft geprofileerd. Hij heeft in
de Premier League gespeeld en de Champions League gewonnen, maar hij voelt zich
niet te min voor de Eredivisie. Sterker nog: hij loopt zich de blubber.’
Taylor moet bij Ajax blijven
Een
vertrek van Henderson wordt gevreesd en dus vragen we Zegers welke speler Ajax
eigenlijk écht niet kan laten gaan. Na enige tijd aarzelen noemt hij een naam.
‘Ik zou toch zeggen: Taylor. In de ontwikkeling die hij nu doormaakt, kan hij
nog belangrijker worden dan Henderson nu is. Ik denk dat Henderson gezien zijn
leeftijd mogelijk vijf procent inlevert, terwijl Taylor er misschien nog wel
twintig procent bij kan krijgen. Dan krijg je hem op zijn top. Hij bewijst zich
nu tegen PEC, Feyenoord en PSV, maar je moet je straks ook bewijzen in de
Champions League. Het zijn open deuren, maar die écht grote clubs komen pas als
je het Europees hebt laten zien.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Chris Zegers met mede Ajax-supporter Peter Pannekoek.
Inmiddels
is zeker dat Ajax volgend seizoen weer uitkomt in de Champions League. Het
houdt in dat er meer geld binnenkomt en er dus ruimte is voor versterkingen.
Wie moet Ajax gaan binnenhalen? ‘Donny van de Beek!’, klinkt het overtuigend.
‘Hij moet lekker terugkomen bij Ajax. Voor hetzelfde geld maakt hij na twee
jaar nog een klapper. Op zijn 29e kan hij nog drie jaar in een topcompetitie
spelen. Ik zou hem als eerste halen.’
Ajax
zal ook wat verhuurde spelers terugkrijgen en een van die spelers heet Borna
Sosa. Eerder was Zegers in de Pak Schaal Podcast lovend over
de Kroatische linksback. ‘Als je vorig jaar zei dat Gaaei nu in de basis zou
staan, werd je ook voor gek verklaard. Sosa heeft een pass, hè! Zijn linkerbeen
is niet normaal goed. Of dat opweegt tegen zijn niet-defensieve arbeid? Het ligt
eraan wie er verder in de verdediging staan. Je moet zijn offensieve kracht
compenseren met het defensieve mankement. Dat is ook met Gaaei gebeurd. Als hij
dubbele rugdekking krijgt, is er niets aan de hand.’
Hoe volgt Zegers Ajax?
Zegers
heeft bij Ajax een seizoenkaart op vak 422, waar hij met een van zijn zoontjes
of met een vriend de wedstrijden van Ajax bekijkt. Geregeld wordt hij herkend
in het stadion, al is het voor zijn ‘buren’ in zijn vak niet meer dan normaal
dat ze hem zien. ‘Soms is het zo dat een seizoenkaart voor een wedstrijd wordt
doorverkocht via de resale. Dan zit je ineens naast iemand anders en is het
van: “Huh? Mag ik een foto voor mijn moeder?”’, lacht Zegers, die best fanatiek
kan zijn tijdens de wedstrijden. ‘Ik ga niet strooien met krachttermen, maar ik
zit niet stil, nee.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Gespot op de tribune: Chris Zegers. De televisiemaker wordt regelmatig herkend. “Huh? Mag ik een foto voor mijn moeder?”’
Het
volgen van Ajax doet Zegers vooral via Voetbal International.
‘Lentin (Goodijk, red.) doet het heel goed daar en Freek (Jansen, red.) heeft het er ook goed
gedaan. En ik zit in Ajax-groepsapps waar ik vaak berichten doorgestuurd
krijg.’
Proosten tussen de bomen en slangen op Johan Cruijff
Zegers
is vanwege het programma 3 Op Reis vaak in het buitenland. Zo
zat hij midden in de jungle van Borneo - met Arco Gnocchi - toen hij hoorde dat
Johan Cruijff was overleden. ‘Toen hebben we geproost tussen de bomen en
slangen op Johan’, zegt hij. ‘Op het vliegveld check ik altijd wel even het
laatste nieuws. Ik zet geen pushberichten aan, want ik wil niet constant naar
mijn telefoon worden getrokken. Ik leef ook niet per se op nieuws, maar op
feiten. Vaak gaat voetbalnieuws om geruchten, dan heb ik zoiets van: whatever.
Ik ben er ook niet mee bezig wie er komt mocht Farioli vertrekken (interview vond plaats voor het vertrek van de Italiaanse trainer, red.). Ik zie het
vanzelf wel, al hoop ik op Reiziger.’
De
tv-persoonlijkheid blijkt een groot fan te zijn van de trainer Michael
Reiziger. ‘Het is van de gekken dat ze Steijn hebben gehaald, terwijl je
Reiziger had rondlopen. Dat had echt nooit gemogen. En dat hij werd gepasseerd
voor Heitinga vond ik echt stijlloos’, neemt hij het op voor Reiziger. ‘Hij zit
nu bij Jong Oranje en is echt een hele goede coach.’
'Na de wedstrijd ging ik feesten
met Peter Pannekoek'
De
man van de anekdotes heeft tot slot nog een mooi verhaal voor ons - en jullie
als lezers van dit verhaal - in petto. Het betreft de 1-4 zege van Ajax op
bezoek bij Real Madrid. In Madrid hoopte hij vooral op een goed resultaat van
Ajax. ‘De avond voor de wedstrijd zat ik in een hotel en er zat een restaurant
om de hoek. Ik heb daar waanzinnig lekker gegeten. Alleen ik werd ‘s nachts
wakker en was helemaal hyper. Er zat heel veel knoflook in het eten en daar kan
ik niet goed tegen.’
Tekst gaat verder onder de video:
Chris Zegers viert de beslissende goal van Lasse Schöne met de Ajax-supporters.
‘Van
knoflook gaat mijn hartslag heel erg omhoog, dus ik werd zwetend wakker en ik
dacht: is dit al de spanning voor de wedstrijd? Maar het bleek te gaan om die
knoflook en ik had dus een slechte nachtrust. De volgende dag heb ik een
filmpje op Instagram geplaatst, waarin ik zei dat Ajax met 0-4 zou winnen.
Mensen dachten nog: hij is raar.’
‘Maar
als die wedstrijd dan begint, ga je alles geloven. Misschien naïef, maar op die
momenten ben ik graag naïef’, lacht Zegers, die pas na de goal van Lasse Schöne
- de 1-4 - echt kon geloven dat Ajax door zou gaan. ‘Daarvoor dacht ik: het is
en blijft Real Madrid.’
‘Na
de wedstrijd ging ik feesten met Peter Pannekoek. Die nacht heb ik niet meer
geslapen. Ik ben ergens in een club geëindigd. Seedorf was er ook. Op een
gegeven moment was het half zes en mijn vlucht ging om zeven uur. Ik ben die
club uitgerend, heb de eerste de beste taxi gepakt, naar het hotel gereden, de
spullen van mijn kamer gehaald en toen heb ik net op tijd mijn vliegtuig
gehaald.’