Bekende
Nederlanders en Ajax.
Waarom zijn ze fan geworden van de Amsterdamse club en hoe beleven zij de
wedstrijden van hun grote liefde? Komen ze vaak in het stadion of kijken ze de
wedstrijden liever thuis of in de kroeg? En wat vinden ze eigenlijk van het
huidige Ajax? In de rubriek ‘Onze Trots’ gaan
we op zoek naar de liefde voor Ajax van de BN’ers en publieke figuren. In deel
47 spreken wij met Oos Kesbeke, oftewel de Augurkenkoning. Tot
oktober vorig jaar was Oos Kesbeke een Bekende Amsterdammer. Sinds de eerste
aflevering van de Augurkenkoning op RTL (en Videoland) is hij ook een Bekende
Nederlander. Wie de serie gezien heeft, weet dat de geboren Amsterdammer een
echte Ajax-fan is. In zijn kantoor zijn veel Ajax-attributen te spotten. Wij
zochten hem op in de Amsterdamse wijk Bos & Lommer, waar de augurkenfabriek
en het kantoor van Kesbeke gevestigd is.
Bij
aankomst op het kantoor van Kesbeke merken we meteen dat Oos het enorm druk
heeft. Hij is druk in gesprek met mensen over de merchandise. Zo gaat dat, als
je succes boekt op de Nederlandse televisie. Dan heb je fans door het hele land
die sokken en allerlei kledingaccessoires willen van Kesbeke. Wij nemen in de
tussentijd plaats in de privékamer van het kantoor en wachten tot Oos komt
aanschuiven.
Als Oos
binnenkomt, begint hij direct te vertellen over Café Johan in de Johan Cruijff
ArenA. Hij vertelt dat het de enige plek in het stadion is waar geen winstbejag
op zit. ‘Daar hebben we een stichting boven gehangen’, legt Oos, die het café
heeft opgericht, uit. Hij vertelt dat Hendrik Jan de Mari - de toenmalig
commercieel directeur van de ArenA - vreselijk omhoog zat met kleine skyboxen.
‘Dat was in de periode voor Frank de Boer nog. Die skyboxen raakte je aan de
straatstenen niet kwijt en het kostte een godsvermogen.’
Café
Johan zit schuin onder het uitvak, eigenlijk aan de ‘slechte kant’ van het
stadion. Er werden gesprekken gevoerd met de ArenA en er werd besloten een
echte Amsterdamse kroeg van te maken. ‘Maar wel chic. Een beetje zoals Shorts
of London van vroeger. Het moet een plek zijn waar het ook met zijn tweeën heel
gezellig is. Niet zo’n immense balzaal. Nee, het moet er leven’, zegt Oos, die
met zijn beste vriend - Dennis de Borst van de FEBO-fabriek - in gesprek ging.
‘Hij heeft natuurlijk zo’n tekenafdeling, om de winkels te tekenen. We hebben
toen het hele café getekend.’
‘Ik heb
ook ooit begrepen - of het waar is weet ik niet - dat het de enige plek zou zijn waar je zittend aan de bar over het hele veld kan kijken’, vertelt Oos,
die uitlegt dat mensen die kaarten kopen voor Café Johan donateur worden van de
stichting. ‘Mensen betalen één bedrag en krijgen dan toegangskaarten voor alle
wedstrijden van Ajax, dus ook de Europese wedstrijden en de wedstrijden in het
bekertoernooi. En je parkeerkaart, drankjes, hapjes: het zit allemaal in één
pakket. Al drink je tien potten bier - dat moet je lekker zelf weten - het
bedrag blijft hetzelfde. Als we winst hebben, geven we dat aan het goede doel.
Tevens zit er in het pakket een vaste bijdrage dat naar de Johan Cruyff
Foundation gaat.’
‘De
hele familie Kesbeke is voor Ajax’
Het
toont aan dat Oos een band heeft met Ajax. Zijn hele leven is hij al supporter
van de Amsterdamse club. ‘De hele familie is voor Ajax, daar begint het al mee.
Mijn vader is nog naar Tokio geweest voor de wedstrijd om de wereldbeker. En ik
mocht als kleine jongen met mijn oom mee. Volgens mij was het in Spanje. En als
echte Amsterdammer, ben je toch Ajacied? Ajax is mijn club.’ Zelf is Oos
voorzitter van VV Zwanenburg, de club waar zijn twee zoons in het eerste
voetballen. ‘Ik ga elke wedstrijd naar die jongens kijken’, zegt Oos, die af en
toe de keuze moet maken tussen wedstrijden van zijn zoons en die van Ajax. ‘Dan
ga ik naar mijn kinderen’, zegt Oos.
Niet
alleen Oos, maar ook zijn zoons - die menigeen ook zal kennen van het
televisieprogramma - zijn fanatiek voor Ajax. ‘Dat wordt zo doorgegeven, hè.
Pappie had het niet leuk gevonden als er een voor een andere club zou zijn. Hoe
je dat doet? Je hebt weleens van die reclamefilmpjes. Dat je zo’n klein ventje
meeneemt naar het stadion en dat je die blik ziet van: wow! Dat hadden die van
mij ook. Als ze die trap oplopen en binnenkomen, denken ze: wow! Natuurlijk heb
ik ook shirtjes gekocht in de fanshop voor als ze gingen trainen. Dan moet je
natuurlijk wel een Ajax-shirt aan.’
Is Ajax
wel de warme club die het wil zijn?
Oos
vertelt vervolgens uit zichzelf dat hij zich heeft geërgerd aan bepaalde
gebeurtenissen bij Ajax. ‘Zo moet je niet met mensen omgaan’, zegt hij, waarmee
hij doelt op bijvoorbeeld een archivaris die moest vertrekken bij de club. ‘Die
man werkt al heel lang belangeloos bij Ajax en wordt dan de club uitgejaagd.
Dat past niet bij mij. Weet je, je moet blij zijn, als er mensen zijn, die wat
voor je willen doen. En als ze dat goed doen, met ziel en zaligheid, dan vind
ik niet dat je mensen zomaar kunt passeren.’
In een
nog recenter verleden vertrokken ook echte Ajacieden als Gerald Vanenburg en
Simon Tahamata bij Ajax. ‘Dat is toch niet te geloven? Dat bedoel ik dus. De
toewijding en liefde voor de club, die worden aan de kant geschoven. Als ze nou
niet kundig zijn, kan ik het nog begrijpen. Maar iedereen loopt met ze weg, ze
doen fantastisch werk en dan zeggen ze: bedankt en tot ziens.’
De
vraag is: is Ajax dan wel de warme club die het wil zijn? ‘Volgens mij is er
een periode geweest dat ze eraan gewerkt hebben, Dat er iets meer familiegevoel
kwam binnen de club’, zegt Oos, die vervolgens wel verhalen in de media leest
dat spelers en werknemers bij de club moeten vertrekken en dat dus ervaren als
‘koud en kil’. ‘Dat vind ik niet goed. Ik heb al eens gezegd: er zijn bij
Ajax heel veel heilige huisjes. Ik hoop met de nieuwe directeur dat ze er eens
een keer een grote shovel doorheen laten rijden en dat ze er gewoon een
gezonde, leuke en warmere club van gaan bouwen.’
Afgelopen
seizoen van Ajax
Het
afgelopen seizoen was voor iedere Ajax-supporter er een om heel snel te
vergeten, zo ook voor Oos. ‘Als je daarover gaat beginnen, wordt het een heel
lang interview’, grapt hij er op z’n Amsterdams over. ‘Ik vind het een
aaneenschakeling van drama’s. Het is niet alleen Mislintat geweest. Het is te
makkelijk om alleen naar hem te wijzen. Iets wat ik niet begrijp: hoe kan
zoiets gebeuren? Zit de rest dan te slapen?’
‘Als je
dit aan iemand vertelt, dan geloven ze je gewoon niet? Dit kan toch niet waar
zijn?’, spreekt Oos zijn ongeloof uit over hoe het in de afgelopen jaren is
verlopen bij Ajax. ‘Het afgelopen seizoen is eigenlijk een zwarte bladzijde in
de Ajax-historie. Wij krijgen heel veel info via de pers en af en toe spreek je
mensen en dan hoor je weleens wat. Maar het is gewoon dat je denkt bij jezelf:
hoe is dit nou in godsnaam mogelijk?’, vraagt Oos zich af, terwijl hij beseft
dat PSV en Feyenoord zijn favoriete club inmiddels voorbij zijn. ‘Zie er maar
weer eens bij te komen nu. En dat terwijl je twee jaar geleden al ver voorbij
ze was.’
Of het
volgend seizoen beter gaat, betwijfelt Oos. ‘Van de nieuwe trainer is nog
weinig bekend. In Alex Kroes heb ik wel veel fiducie. Ik geloof erin dat hij de
man is die de boel op de rit kan krijgen. Dat geloof ik echt wel. Misschien
komen we weer als een duveltje uit een doosje tevoorschijn en staan we er
weer.’
Mooie
momenten als Ajax-fan
Als Ajax-supporter
heeft Oos vele memorabele momenten meegemaakt. Zo ook in mei 2017, toen Ajax de
finale van de Europa League tegen Manchester United in Zweden speelde. Oos was
- nadat Ajax dat had geregeld - met het vliegtuig naar Zweden afgereisd. Tot
zover ging het, op een lichte vertraging na, prima. Maar eenmaal aangekomen in
Stockholm was er van een feestelijke dag amper sprake meer. ‘Het leek wel de
veemarkt. We werden allemaal in bussen gepropt. Uiteindelijk hebben we ook de
hele dag in de bus gezeten, kwamen we vijf minuten voor de wedstrijd het
stadion in en hadden we niet kunnen eten of drinken. Eigenlijk was dat een
complete deceptie. We zouden in de middag op dat plein gezellig een feestje
kunnen vieren, maar daar is niets van terechtgekomen. We mochten de bus niet
uit. Ik kan wel zeggen dat ik weet hoe een bus er van binnen uitziet, haha.’
Eenmaal in het stadion
kon er toch wat gegeten worden: hotdogs. Een succes was dat echter niet. Veel
mensen kwamen namelijk pas laat aan en iedereen wilde een hotdog. ‘Die waren
nog bevroren van binnen. Dat is nog wel een dingetje geweest. Ajax heeft het
toen, en dat vond ik heel netjes, gewoon vergoed.’
Gelukkig zijn er ook
momenten rondom Ajax die wel vreugdevol waren voor Oos. Zo mocht hij met de
selectie van Ajax mee naar Madrid, waar zijn club met 1-4 wist te winnen van De
Koninklijke. ‘We gingen daar met Edwin (van der Sar, red.), de hele ploeg
en het bestuur fietsen en koken. Dan gingen we tapas maken. Ik zat in het team
met Edwin en Sjaak. Ik zei nog tegen Edwin: hey, ga jij nou maar kneden met die
grote klauwen van je. Dat ik daar met hun tapas stond te maken, vond ik wel een
hoogtepunt. Ik heb toen inhoudelijk ook veel leuk gesprekken gehad. Ook nog met
Theo van Duivenbode.’
Huntelaar
en Overmars
Echt spelers of
voormalig spelers van Ajax persoonlijk kennen doet Oos niet. Wel sprak hij eens
met
Klaas-Jan Huntelaar. ‘Dat vond ik een aardige kerel en hij had ook wel wat
te zeggen. Het is gewoon een persoonlijkheid’, zegt Oos, die een zakenrelatie heeft
die Huntelaar goed kent. ‘Hij is heel close met hem, maar die jongen is erg
ziek. Dan gaan ze paddelen en dan zegt hij: die jongen is zichzelf niet, hij is
echt compleet van de leg. Dat vind ik heel erg, hoor.’
Mogelijk hebben de
gebeurtenissen bij Ajax in de afgelopen periode ervoor gezorgd dat Huntelaar nu
met een burn-out thuis zit. ‘Het is een hele andere druk die je ervaart
natuurlijk’, zegt Oos, die zich kan herinneren dat Huntelaar eerder meeliep met
Marc Overmars, de voormalig directeur voetbalzaken van Ajax.
‘Hoe ze dat ook hebben
aangepakt… Er is nooit aangifte gedaan tegen die man (Overmars, red.)’, zegt
Oos, die zijn vraagtekens heeft bij de gebeurtenissen. ‘Hij stuurt die foto’s
niet zomaar. Hij zal dat niet zomaar doen zonder dat er aanleiding is. Die man
is ontzettend beschadigd. Ik ga niet goed praten wat hij gedaan heeft, terwijl
ik al amper weet wat hij gedaan heeft. Ik zou best wel meer ins en outs willen
weten. Als er geen aangifte is gedaan, vind ik wel dat hij heel snel met zijn
kop op het hakblok is gezet.’
Dat het nog anders kan,
bewijst men in de augurkenfabriek van Kesbeke. Daar maken mannen en vrouwen
onderling nog weleens een grapje met elkaar, zegt Oos. ‘Ik heb ook een blote
dameskalender. Die hangt er al 45 jaar. Ik vraag wel netjes aan de vrouwen of
ze er last van hebben. Nou, dat is niet het geval. En ik heb ook gezegd: als je
een mooie mannenkalender wil ophangen, dan is dat ook prima. Ik heb er geen
last van.’
Oos was
vroeger keeper én motorcrosser
Zelf
voetbalde Oos in het verleden bij SV Halfweg en NAS. Later ging die club
fuseren tot VV Zwanenburg. ‘Ik was doelman’, vertelt de ondernemer. ‘Dat was
mijn dingetje, dat vond ik leuk. Ik kon best wel keepen ook, ja. Maar de
ambitie om bij Ajax te gaan spelen, was er niet echt. Dat komt ook omdat ik
terechtkwam in de motorsport. Ik ben heel fanatiek gaan motorcrossen en dat kon
ik ook goed. Op een gegeven moet je dan kiezen.
‘Ik
werd semi-prof met dat motorrijden. Dan rijd je door heel Europa en komt
voetbal op een laag pitje te staan’, vertelt hij. ‘Dat motorcross - en dat
onderschatten mensen - is immens zwaar. Dan was je vijf dagen in de week aan
het werk en ging je in de ochtend of in de avond nog even vijftien kilometer
hardlopen. En je reed elke week op woensdag naar Valkenswaard om een specifieke
motorcrosstraining te doen en op vrijdag ging je inpakken. Caravan erbij,
motoren erin. En dan kwam je overal, zoals in Zwitserland. Ik heb mooie
avonturen gehad.’
Elke
voetballer heeft zo zijn idool. Toen Oos zelf nog keepte, keek hij ook met
speciale aandacht naar andere keepers. Hij vertelt wie voorheen zijn favoriete
keeper was. ‘Ik denk Piet Schrijvers. De Beer van de Meer. En ook Heinz
Kroket, haha. Heinz Stuy heb ik vaak ontmoet. Hij stak altijd drie vingers
op, omdat hij drie Europa Cups had gewonnen. Die bijnaam had hij omdat hij hoge
ballen nooit klem had, omdat ze dan zogenaamd te warm waren, haha.’
Helemaal
gestopt met voetballen ben je eigenlijk nooit, zo blijkt later. ‘Ik ben zelf
uitgenodigd om de rondo te doen met
Sjaak Swart en Guus Hiddink, bij
Zeeburgia’, zegt Oos, die ook twee andere bekende Ajacieden steunt. ‘Ik sponsor
natuurlijk Kale en Kokkie.’
Kantoor voor met
Ajax-spullen
Dat Oos
een echte Ajacied is, weet de Nederlandse tv-kijker al een tijdje. Je hoeft
maar het kantoor van de augurkenkoning binnen te stappen en overal waar je
kijkt, zie je wel iets van Ajax. Aan de muur hangen Ajax-shirts, op het bureau
zien we Ajax-spullen liggen en er staat zelfs een speciale Ajax-stoel in het kantoor.
Oos
vertelt dat hij heel veel Ajax-shirts heeft. ‘Toevallig bestonden we vorig jaar
75 jaar. Ik heb toen een Ajax-shirt gekregen met Kesbeke, 75. Van andere clubs
heb ik ook heel veel shirts. Ik heb geen plek meer om op te hangen, haha.’
Terwijl
Oos verder vertelt over de shirts die hij heeft, loopt hij naar een kast, waar
hij allemaal voetbalshirts uit weet te halen. Hij laat meerdere Ajax-shirts
zien. Vaak hebben die shirts handtekeningen met de spelers van Ajax die
destijds dat shirt droegen. Ook zien we shirts van Real Madrid, het Nederlands
elftal, Chelsea en Argentinië met de handtekeningen van wereldsterren als Messi
en Maradona. ‘Hoe ik eraan kom? Die shirts met handtekeningen heb ik gekregen,
al heb ik sommige shirts ook gekocht.’
‘Het
mooiste shirt hangt ingelijst in Hoofddorp, bij mijn andere bedrijf. Dat is het
shirt van het gouden team uit de jaren negentig’, vertelt hij vol trots. ‘Dat
is een leuk verhaal. Een hele goede vriendin van mij heeft jarenlang bij Frank
de Boer als oppas voor de kinderen gezorgd. Via haar heb ik toen dat shirt
gekregen. Het staat vol met prachtige handtekeningen. Dat is echt een topper’,
zegt Oos, die de shirts van Ajax eigenlijk nooit draagt. ‘Maar ik vind het wel
leuk om te verzamelen. Ik heb nu alleen te weinig ruimte om alles aan de muur
op te hangen.’
Fanatiek tijdens
wedstrijden
Tijdens
wedstrijden kan Oos behoorlijk fanatiek zijn, zo vertelt hij vervolgens. ‘Ik
ben fanatiek ja, net als alle andere Amsterdammers. Mopperen, vloeken,
afzeiken, je kent het wel. Een echte Amsterdammer kan lekker lopen zeiken’,
zegt Oos, die opmerkt dat het stadion steeds minder vol zit met echte
Amsterdammers. ‘Dat vind ik wel jammer. Er komen nu bussen uit pakweg
Tytsjerksteradiel. Maar met echte Amsterdammers gezellig naar Ajax dat is niet
meer zoveel, al snap ik wel dat iedereen een keer naar Ajax wil gaan.’
Het
afgelopen seizoen van Ajax was niet om over naar huis te schrijven. De ploeg
verloor vaker punten dan verwacht en dat kan het humeur van de gemiddelde
Ajacied flink bepalen, zo ook dat van Oos. ‘Zeker. Meestal als we zitten te
kijken en ze verliezen, dan baal je. Maar na een uurtje is dat grotendeels weer
weg. De volgende dag kom je hier en dan is het: “Wat een stelletje…” Dat is wel
geinig’, zegt Oos, die op de werkvloer bij Kesbeke met veel Ajax-supporters
werkt. ‘Dat is toch leuk! Zeker die oude Frans, die kan zo ongegeneerd lopen
mopperen. Dan worden er dingen uitgegooid waarvan ik denk: ja, zo voelt hij dat
dan.’
Wanneer
Oos in het stadion is, zit hij altijd in Café Johan. Het afgelopen seizoen kon
hij niet altijd, omdat hij vaak bij zijn zoons ging kijken. Het goede nieuws is
dat VV Zwanenburg op zaterdag gaat spelen, waardoor Oos op zondag vaker naar
Ajax kan gaan. Het ding is wel: Ajax moet wel meer gaan laten zien. ‘Eigenlijk
is het niet goed, want je moet er zijn in voor- en tegenspoed. Maar soms ben ik
zo druk dat ik er geen zin in had. Dat ze verliezen, is nog niet eens het ding.
Het was gewoon niet om aan te zien. Als ze er nou vol voor gaan en veel kansen
creëren, dan heb je wel een heerlijk potje gekeken. Maar het was niet om aan te
gluren.’
Omgaan met bekendheid
Het
volgen van Ajax stopt bij Oos niet bij het kijken van de wedstrijden van de
club. Hij leest alles, zo zegt hij. Daarnaast vertelt de augurkenkoning dat hij
zelf ook steeds vaker in de media verschijnt nu hij op tv komt. ‘Ik durf vaak
niet eens meer naar de winkel aan de overkant te lopen. De hele wereld wil met
mij op de foto. Hoe dat voelt? Ik was eerst altijd een BA’er, een bekende
Amsterdammer. Nu ben ik een BN’er. Dat is maar één letter verschil, maar heeft
best wel impact. En ik voel me helemaal geen BN’er. Wie ben ik? Even eerlijk,
ik ben toch niets meer of minder dan jullie of die jongens van mij?’
Gelukkig
voor Oos is iedereen vooral positief, al wordt hij er wel opgelaten van. ‘Ik
doe gewoon mijn ding en ben mezelf. Ik ga ook gewoon met iedereen op de foto en
ik probeer echt alle mails te beantwoorden. Ik vind dat als mensen de moeite
nemen om mij te mailen dat het minste wat ik dan kan doen een reactie sturen
is.’
Ook
voetballers, zeker die van Ajax, hebben te maken met bekendheid. Soms is het
positief, maar het kan ook negatief zijn. ‘Maar ik denk dat als je nu de halve
selectie door de Kalverstraat laat lopen, dat niemand ze kent. Weet je, het is
inherent aan hun vak dat ze te maken hebben met negativiteit. De ene dag ben je
de held, de dag erop ben je de schlemiel. Ik ga ervan uit dat de jongens daar
mee geholpen worden.’
Rivaliteit met Feyenoord
Tot
slot vragen wij Oos naar de rivaliteit tussen Ajax en andere clubs. Van enige
haat richting een club als Feyenoord lijkt geen sprake te zijn. ‘Ik moet je
eerlijk zeggen: de rivaliteit was vroeger wat sterker, ook bij mij. Het komt
misschien ook omdat je wat ouder wordt, dat het nivelleert. Ik vind het leuk om
met een Rotterdammer te sparren en te dollen. Nee, hier werken geen
Feyenoorders, haha. Die hadden een slecht leven gehad hier, haha.’
Oos is
een ras-Ajacied, maar hij heeft wel bewondering voor Feyenoord. ‘En je mag het
eigenlijk niet zeggen, maar ik vind De Kuip een fantastisch stadion. Als je als
speler het veld oploopt en het stadion zit vol, dan gaan je haren toch overeind
staan? Daar zit zo’n sfeer en beleving in. Daar kunnen wij nog wat van leren.
Het is echt een volksclub en het zit daar tjokvol met Rotterdammers. Ik houd
wel van die mentaliteit. Gas erop en beuken. Je moet ook een paar slopers in je
team hebben. Ik was zelf een enorme fan van Tagliafico. Dat was een sloper,
maar ook een gentleman. En een hele goede voetballer.'
Hij heeft zijn laatste zin nog niet uitgesproken, of Oos moet alweer naar klanten toe. Het is een drukte van jewelste in de augurkenfabriek. Wanneer we Oos bedanken voor zijn tijd, is het ook de augurkenkoning die ons bedankt. 'Geef die jongens even een lekker zuurtje mee', zegt hij, waarna hij het gesprek aangaat met de mensen die speciaal zijn komen overvliegen.
Lees meer 'Onze Trots':