Bekende
Nederlanders en Ajax. Waarom zijn ze fan geworden van de Amsterdamse club en
hoe beleven zij de wedstrijden van hun grote liefde? Komen ze vaak in het
stadion of kijken ze de wedstrijden liever thuis of in de kroeg? En wat vinden
ze eigenlijk van het huidige Ajax? In de rubriek ‘Onze Trots’ gaan we op zoek
naar de liefde voor Ajax van de BN’ers. In deel 38 spreken wij met acteur Gijs
Scholten van Aschat. Scholten
van Aschat loopt al decennia mee in de toneel- en filmwereld. In de eerste
plaats is hij vooral toneelacteur, al speelde hij ook in veel films en series.
Zo kun je hem kennen van films als Cloaca, De Passievrucht, Tirza en De
Schippers van de Kameleon, of series als Pleidooi, Oud Geld, Gooische Vrouwen
en Klem. Scholten van Aschat is vooral te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam
op het Leidseplein. Juist, dat welbekende gebouw met het Ajax-balkon dat
gebruikt werd voor huldigingen in het verleden.
Het is
16 september 1959 als Scholten van Aschat het levenslicht ziet. De acteur
groeide op in Tiel en was altijd al gek van voetbal. ‘Voornamelijk van Ajax’,
vertelt hij. ‘Ik heb nog allemaal plakboeken uit die tijd. Uit De Telegraaf en
De Tielse Krant knipte ik alles uit. Dat was de goede tijd van Ajax. Het begon
met het winnen van drie Europa Cups. Dat heb ik allemaal behoorlijk meegemaakt.
Ook omdat ik alles uitknipte en opplakte. Ik schreef er ook van alles bij en
was een enorme fan.’
Later
woonden de ouders van Scholten van Aschat op de Brouwersgracht in Amsterdam,
terwijl hij zelf in Maastricht woonde en studeerde. ‘Mijn vader kocht zijn
sigaretten toen altijd bij Bennie Muller op de Haarlemmerstraat. Daar kon je
ook kaartjes van Ajax krijgen. Op een dag kwam ik thuis en ik ging naar mijn
kamer. Ik dacht: waar zijn mijn Ajax-plakboeken gebleven? “Oh, aan Bennie
Muller gegeven”, zei mijn vader. Ik dacht: huh, hoe haal je in het je hoofd
mijn Ajax-plakboeken weg te geven? Ik ben erheen gegaan en heb een paar boeken
teruggekregen. Ik was wel echt geschrokken, ja.’
De
plakboeken hebben veel waarde voor Scholten van Aschat, zo vertelt hij. ‘In de
jaren zeventig had je een blad, Europacup heette dat. Daar stonden schitterende
kleurenfoto’s in en die kon je eruit halen voor in je plakboek. Ik had
bijvoorbeeld een foto van Cruijff tegen Inter Milan, van die kopbal in de
finale van 1972. Dat was van alle kanten gefotografeerd. En ook een foto van
Barry Hulshoff die scoorde tegen Real Madrid. Dat staat in je geheugen gegrift.
Van die wedstrijden weet ik ook nog precies wie en wanneer scoorde.’
Voetballen
met Lerby en Mister FC Twente Epi Drost
Scholten
van Aschat heeft vroeger nooit bij een voetbalclub gevoetbald. Hij was lid van
een hockeyclub en voetballen deed hij weleens op straat. Later voetbalde hij in
een artiestenteam en dit was voornamelijk voor goede doelen. Zodoende voetbalde
hij ook weleens met voormalig topvoetballers. ‘Ik speelde een keer tegen een
team met mensen uit Gooische Vrouwen. Zij hadden Sören Lerby, Linda de Mol
kende hem. Peter Blok, een acteur, speelde Lerby tussen zijn benen door. Lerby
draaide zich toen om en haalde Peter hard onderuit, haha.’
Daarnaast
had Scholten van Aschat de eer om eens met Epi Drost - ook wel Mister FC
Twente genoemd - te spelen. ‘Dat was een geweldige voetballer. Ik speelde
zelf rechtsbuiten. Ik kon wel hard rennen, een voorzet geven en koppen. Als
rechtsbuiten viel er dan een bal ineens zo pal voor je voeten. Dat was dan een
bal van Drost. Hij gaf de bal precies op maat, ongelooflijk.’
Net als
iedere Ajax-fan had Scholten van Aschat maar al te graag voor Ajax willen
spelen. ‘Bij mij was het meer enthousiasme dan talent’, zegt hij. ‘Ik droom nog
steeds van Ajax. Dat ik op de tribune zit en dat ze zeggen: Gijs, je moet nu
echt invallen. Doe nog één keer je voetbalschoenen aan. Haha.’
Tijdens
de Champions League-finale van 1995 op het ereterras
Het
woord ‘tribune’ is gevallen. De tribune, dat is waar Scholten van Aschat het
liefst de wedstrijden van Ajax bekijkt. ‘Mijn eerste wedstrijd die ik van Ajax
in het echt zag, was tegen Independiente in de finale van de Wereldbeker. Dat
was in 1972, Ajax won met 3-0. Johan Neeskens en John Rep waren toen trefzeker.
Sindsdien ben ik ook altijd Ajax-fan gebleven’, aldus de acteur, die toen net
dertien jaar oud was.
In de
periode daarna kon Scholten van Aschat niet altijd naar wedstrijden van Ajax.
Hij bouwde aan zijn eigen carrière, moest veel optreden en kreeg op een gegeven
moment drie kinderen. ‘Met mijn oudste zoon ben ik, toen hij een jaar of zeven
of acht was, toen naar De Meer gegaan. Daarna heb ik ook een seizoenkaart
genomen in de ArenA en die seizoenkaart heb ik nog steeds. In het jaar dat Ajax
in 1995 de
Champions League won heb ik alle wedstrijden kunnen zien. Dat was
geweldig. Met Finidi George, Litmanen en De Boertjes. Ik ben toen ook naar de
finale in Wenen geweest.’
De
finale in Wenen, die Ajax met 1-0 won, werd er voor Scholten van Aschat één om
nooit meer te vergeten. ‘Ik werd gebeld door een vriendin, haar vriend zou
meegaan naar de finale. Zij had kaarten gekregen via Warner Bros. in Los
Angeles. Haar vriend kon niet en ik had die avond toevallige vrij’, aldus
Scholten van Aschat, die dus een kaartje had voor de finale, maar geen
vliegticket.
‘Een
jeugdvriend van mij, Bob-Jan Hillen, was commercieel directeur van Ajax. Op
Schiphol kon ik geen vlucht meer pakken. Dus ik belde hem en zei dat ik wel een
kaartje, maar geen vlucht had. Toen zei hij: als je nu naar de gate gaat, kun
je met het vliegtuig voor de spelersvrouwen en familieleden mee. Ik kon het net
op tijd halen en in het vliegtuig zat ik naast de broer van Marc Overmars. In
Wenen heb ik op het vliegveld de kaartjes opgehaald. Het bleken erekaartjes van
de UEFA te zijn. Dus ik zat in het stadion op het ereterras en ik bleek de hele
dag een Mercedes met chauffeur tot mijn beschikking te hebben. Ik heb ook nog
gegeten met allerlei officials in een tent naast het stadion. Het was geweldig
en Ajax won ook nog natuurlijk.’
Van Scholten Aschat in het vliegtuig vlak nadat Ajax in Wenen de Champions League wist te winnen.
Enkele
jaren later was de Ajax-fan ook aanwezig bij het duel tussen AC Milan en Ajax in de
kwartfinale van de Champions League (2003). ‘Ik zat toen op het ereterras, via
Bob-Jan Hillen. Dat is een leuk verhaal. Hij was directeur bij Ajax en belde naar
de directeur van Milan, die hij nog kende. We konden komen. Dus wij in Milaan
naar het kantoor van Milan. Dat was in een mooi huis, heel ouderwets. We
mochten de prijzenkamer van Milan zien en dat was fantastisch, niet normaal.
Het is een club met een geweldig mooie traditie. Het heeft niets met geld te
maken, het was gewoon echt chique.’
Ajax
volgen op vele manieren
Scholten
van Aschat bezoekt geregeld wedstrijden van Ajax in Europa. Hij probeert dan
altijd een plekje te bemachtigen tussen de fans van de thuisploeg. ‘In Lissabon
kwam ik wel in de metro met de harde kern van Ajax terecht. Dat is niet mijn
ding. Ik hoop dan maar dat er niets gebeurt. Maar ik ben van oudsher wel een
echte Ajax-supporter, het zit in mijn bloed. Het klagen hoort er ook bij. Op
Twitter ben ik ook uitgesproken. Waar dat vandaan komt? Ik wil het gewoon
kwijt. Nee, ik houd me niet in. Ik ben niet bang dat mensen daardoor niet meer
naar mijn voorstellingen komen. En ik heb ook vaak gewoon gelijk, haha.’
Scholten van Aschat met zijn zoon Jeroen in de Johan Cruijff ArenA. 'Mijn oudste zoon en ik zijn echte Ajacieden.'
De
acteur volgt Ajax op meerdere manieren, zo vertelt hij. ‘Ik bezoek de
wedstrijden, volg de club op sociale media, luister naar de Hard Gras Podcast en andere
voetbalprogramma’s, volg de transferberichten en ik kijk rond op Twitter. En
met je vrienden heb je het er ook nog over’, zegt de acteur, die vertelt dat
zijn oudste zoon ook fanatiek Ajacied is. ‘Mijn oudste zoon en ik zijn echte
Ajacieden. Mijn tweede zoon geeft er niets om en mijn dochter gaat voor de gein
mee. Of ik nog heel chagrijnig word als Ajax verliest? Ik ben langzamerhand wel
zo ver, en dat komt waarschijnlijk omdat ik wat ouder ben, dat als Ajax slecht
speelt ik bijna hoop: laat ze dan maar een keer verliezen ook. Krijg maar een
keer op je kloten. Maar als Ajax dan alsnog wint, ben ik alsnog heel blij
hoor.’
Prachtige
herinneringen aan Johan Cruijff en Piet Keizer
De
tweede zoon van Scholten van Aschat is net als zijn vader acteur en speelde in
het verleden eens als Johan Cruijff in de serie Johan: logisch is anders.
‘Hij is niet zo’n voetbalfan, maar dat hij Cruijff mocht spelen was hartstikke
leuk’, zegt zijn vader. ‘Dat is een enorme eer en hij deed het ook wel aardig.
Het was een geestige serie. Mijn oudste zoon voetbalt bij Swift en kan redelijk
voetballen. Hij heeft ook met school straatvoetbaltoernooien gedaan. Toen hij
een keer had gewonnen, werd de beker uitgereikt door Cruijff. Toen is hij ook
nog op de foto gegaan met Cruijff. Ja, dat is mooi.’
Wie de
acteur hoort praten over Cruijff zou haast denken dat het zijn favoriete
Ajacied aller tijden is. Gek zou dat ook niet zijn, als je als kind en tiener
opgroeit in de glorietijd van Cruijff. Toch kiest de acteur voor een andere
Ajacied: ‘Piet Keizer. Ik ben acteur en bij Keizer zag ik de poëtische kant. Ik
vind Keizer een tragische held. Naar aanleiding van zijn dood heb ik ook een
gedicht gemaakt. Ik vind hem echt een mythische held.’
‘Keizer
was ook iemand die na zijn tijd bij Ajax zijn schoenen weggooide. Zo van: krijg
de kolere maar. Hij ging ook niet meer naar een andere club. Iedereen wilde altijd
Cruijff zijn, maar ik vond Keizer een mooi figuur. Later heb ik heb hem ontmoet
in de bestuurskamer van Ajax en ik woonde vlakbij hem. Hij liep er toen bij als
een soort Big Lebowski, met een enorme baard. Hij ging bier en sigaretten halen
en ik kwam hem tegen bij de supermarkt. Dat was een soort mythisch, ik vond dat
mooi.’
De
toneelspeler kent eigenlijk geen spelers van Ajax persoonlijk, al kwam hij Jan
Vertonghen in het verleden weleens tegen. ‘Zijn vriendin werkte bij het Vlaams
Cultuurhuis de Brakke Grond. Daar kwam hij vaak om voorstellingen te bekijken.
Ik heb eigenlijk nooit een voetballer bij het theater gezien. Ik mocht Jan wel,
al wil ik niet zeggen dat ik hem echt goed gekend heb.’
Raakvlakken tussen
acteren en voetballen
Als acteur weet Scholten van Aschat hoe
het is om haast dagelijks topprestaties te moeten leveren. Hij ziet dan ook
veel raakvlakken tussen acteren en voetballen. ‘Ik sta avond aan avond op het
toneel en weet gewoon dat alles te maken heeft met instelling. Je moet er vol
voor gaan, je moet je voorbereiden en geconcentreerd zijn. Bij Ajax kan
iedereen voetballen, maar voor tachtig procent gaat het om de mentaliteit.
Spelers als Álvarez, Martínez en Tagliafico maken ook fouten, maar zij hebben
een andere mentaliteit. Ik maak zelf vaak de vergelijking dat het spelen op
toneel hetzelfde is als een wedstrijd spelen. Tegen mijn leerlingen zeg ik ook:
als jij om 20.00 uur begint en je moet dan nog hard werken, ben je al te laat.’
Het gaat er dan ook om dat de voorbereiding
goed moet zijn. ‘Kijk naar Messi. Hij heeft zo vaak en zo hard getraind in zijn
jeugd, dat als het spel begint hij vrij is in zijn hoofd. Hij speelt totaal op
intuïtie. Alle grote spelers zijn vrij in hun hoofd, zijn creatief en hoeven
niet na te denken. Als ik in de avond speel, probeer ik altijd vrij te zijn en
plezier te hebben. Ik wil niet hebben dat ik moet nadenken. Dat is de
overeenkomst tussen het acteren en voetballen. Dat je creatief moet zijn en dat
je moet genieten van het spel. Dat alles heeft te maken met training, talent en
voorbereiding. Op toneel moet je niet staan en denken: wat is mijn volgende
zin? Cruijff zei ook altijd dat als je veel oefenstof herhaalt je in het veld
niet meer hoeft na te denken.’
Films over voetbal
Ambitie om in de voetballerij te werken,
heeft Scholten van Aschat overigens niet. Hij noemt het niet ‘zijn wereldje’.
‘Ik heb andere dingen waar ik beter in ben en die ik leuker vind. Voetbal is
leuk om naar te kijken, maar ik ben blij dat ik niet in het wereldje zit. Voor
mij is het te veel geld, te veel proleten en te veel bling, bling.’
Voetbal is een onderwerp dat in films
eigenlijk nauwelijks voorkomt. Volgens Scholten van Aschat is dat niet zonder
reden. ‘Het is heel moeilijk om een voetbalwedstrijd in een film goed in beeld
te brengen. Je moet dan echt goede voetballers hebben…En de kijker trapt niet
meer in een shot met een voorzetje en een kopbal. Ik heb zelf in De Zwarte
Meteoor - naar het boek van Tom Egbers - de voorzitter gespeeld. Ik denk dat je
wel goede films over de wereld achter het voetbal kan maken. Over het gezeik
met de UEFA, het gedoe met omkoping of het gedoe met Promes. Maar het voetbal
zelf moet je eigenlijk zoveel mogelijk buiten beeld houden.’
Tegenwoordig kun je er haast niet meer
omheen, maar in het verleden was het makkelijk om te vermijden dat je de afloop
van een voetbalwedstrijd al wist als je een wedstrijd niet kon kijken. De acteur
moest geregeld een wedstrijd missen vanwege een optreden. ‘Dan zette ik thuis
mijn videorecorder aan. Ik deed mijn oren dicht en reed naar huis, de radio
ging niet aan. Thuis keek ik dan de wedstrijd terug, zonder dat ik de uitslag
wist. Dat vond ik te gek. Maar tegenwoordig lukt dat niet meer.’
Voetballen zonder uitsupporters
Het liefst kijkt Scholten van Aschat de
wedstrijden in het stadion, al is hij er wel een voorstander van dat
wedstrijden in de toekomst zonder supporters van de uitspelende ploeg worden
gespeeld. ‘Dan is gewoon klaar, heb je nooit gezeik. De gevallen dat het niet
goed gaat, leggen zoveel druk op het systeem. Wat win je ermee? Iedereen speelt
een keer thuis en uit. Ik werk samen met mensen van de politie en het kost
ongelooflijk veel man aan politiekracht per wedstrijd. Daar gaat veel geld
inzitten en dat is gemeenschapsgeld. Dat vind ik onzin. Dat mensen die niets
met voetbal hebben er indirect voor betalen. Het gekke is dat het bij Europese
wedstrijden vaak wel meevalt. Behalve bij Feyenoord…’
Supporters van Feyenoord kwamen in de
afgelopen jaren geregeld negatief in het nieuws rondom Europese wedstrijden.
Toch heeft Scholten van Aschat geen hekel aan de club uit Rotterdam. ‘Ik moet
wel zeggen dat ik voor Ajax ben en dat er dan een hele tijd niets komt. Maar ik
vind Feyenoord wel een leuke club geworden. Ik kan genieten van clubs die het
goed doen. Van PSV moet ik weinig hebben, maar als ze Europees spelen, hoop ik
toch dat ze winnen.’
‘Ik ben ook wel een echte voetbalfan. Goed
voetbal moet ook beloond worden. Ik heb een voorkeur voor clubs die bekend
staan om hun traditie en hun opleiding. Aan een club als Paris Saint-Germain
heb ik bij voorbaat al een hekel. City ook wel, maar die hebben nog wel
Guardiola en ze spelen geweldig mooi voetbal. Newcastle United is in principe
ook een hele mooie club met een mooie traditie, dus het is zonde wat daar nu
gebeurt.’
De transferzomer van
Ajax
Het is inmiddels juni en een boeiende
transferzomer staat mogelijk voor de deur. Scholten van Aschat vraagt zich
tijdens het interview hardop af welke spelers Ajax gaat verkopen. Zo staat
Antony op de nominatie om verkocht te worden. ‘Bij Neres ging het mis. Daar
konden ze vijftig miljoen euro voor krijgen en dat is daarna niet gelukt’, zegt
hij. Overigens is de fanatieke Ajax-supporter geen enorme fan van Antony. ‘Ik
houd van spelers als Klaassen, Martínez en Tagliafico. Antony vind ik een
vervelend ventje. Je moet het ook wel verdienen om voor Ajax te spelen. Je moet
een soort klasse hebben.’
Daarnaast verwacht de Ajax-fan dat ook
Jurriën Timber en Sébastien Haller deze zomer verkocht zullen worden. ‘Ze
zullen behoorlijk wat spelers zien vertrekken. Daar moet toch kwaliteit voor
terugkomen. Ik denk dat volgend jaar een overgangsjaar wordt. Dat is jammer,
want we spelen wel gewoon in de Champions League.’
Een belangrijke rol deze zomer is
weggelegd voor Klaas-Jan Huntelaar, die tegenwoordig technisch adviseur bij
Ajax is. ‘Ik heb hem weleens ontmoet. Het is een hele leuke vent. Heel slim,
relaxed. Hij verkoopt geen knollen voor citroenen, hij is straight. Dat is een
belangrijke kwaliteit in de voetbalwereld. Ik mag hem wel en ik denk dat hij
slim genoeg is. Hij kan zijn tanden wel in een deal zetten.’
Ajax zal de markt op moeten voor nieuwe
spelers en zodoende is het speculeren geblazen over wie de Amsterdamse club
moet komen versterken. Christian Eriksen staat bovenaan het lijstje van de seizoenkaarthouder
van Ajax. ‘Hij heeft Brentford 21 punten gegeven. Sinds hij daar speelt, is het
gaan lopen bij Brentford. Ajax had hem perfect kunnen gebruiken. Ik denk niet
dat hij deze zomer haalbaar is voor Ajax. Maar als hij naar Ajax wil, zou ik
dat wel doen. Hij kan overal op het middenveld spelen en kan nog zeker drie
jaar mee. Kijk naar Modric. Zo’n soort speler is het.’
Bovendien staat er bij Ajax vanaf het
komende seizoen een nieuwe trainer aan het roer: Alfred Schreuder. Scholten van
Aschat heeft vertrouwen in Ajax’ nieuwe trainer. ‘Ik ben blij met Schreuder.
Als je de geruchten hoort, waren spelers eerst ook blijer met Schreuder dan met
Ten Hag. Hij is ook iemand die spelers beter kan maken. Bij Brugge is hij
kampioen worden. Het is een slimme zet. Koeman nam hem ook niet voor niets mee
naar Barcelona en Nagelsmann is lovend over hem. En bij Barcelona en Bayern
lopen echt wel mensen rond die er verstand van hebben.’
Bart Veenstra (Twitter:
@Bart_Veenstra | e-mail:
[email protected])
Bas Velzel (Twitter:
@BasVelzel | e-mail:
[email protected])