Onze Trots: ‘Zat tijdens de Champions League-finale van ’95 plots op het ereterras’

door Bart Veenstra 79

Bron Ajax Showtime

Onze Trots: ‘Zat tijdens de Champions League-finale van ’95 plots op het ereterras’

door Bart Veenstra 79

Bron Ajax Showtime

Laatst geüpdatet

Bekende Nederlanders en Ajax. Waarom zijn ze fan geworden van de Amsterdamse club en hoe beleven zij de wedstrijden van hun grote liefde? Komen ze vaak in het stadion of kijken ze de wedstrijden liever thuis of in de kroeg? En wat vinden ze eigenlijk van het huidige Ajax? In de rubriek ‘Onze Trots’ gaan we op zoek naar de liefde voor Ajax van de BN’ers. In deel 38 spreken wij met acteur Gijs Scholten van Aschat.

Scholten van Aschat loopt al decennia mee in de toneel- en filmwereld. In de eerste plaats is hij vooral toneelacteur, al speelde hij ook in veel films en series. Zo kun je hem kennen van films als Cloaca, De Passievrucht, Tirza en De Schippers van de Kameleon, of series als Pleidooi, Oud Geld, Gooische Vrouwen en Klem. Scholten van Aschat is vooral te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam op het Leidseplein. Juist, dat welbekende gebouw met het Ajax-balkon dat gebruikt werd voor huldigingen in het verleden.

Het is 16 september 1959 als Scholten van Aschat het levenslicht ziet. De acteur groeide op in Tiel en was altijd al gek van voetbal. ‘Voornamelijk van Ajax’, vertelt hij. ‘Ik heb nog allemaal plakboeken uit die tijd. Uit De Telegraaf en De Tielse Krant knipte ik alles uit. Dat was de goede tijd van Ajax. Het begon met het winnen van drie Europa Cups. Dat heb ik allemaal behoorlijk meegemaakt. Ook omdat ik alles uitknipte en opplakte. Ik schreef er ook van alles bij en was een enorme fan.’

Later woonden de ouders van Scholten van Aschat op de Brouwersgracht in Amsterdam, terwijl hij zelf in Maastricht woonde en studeerde. ‘Mijn vader kocht zijn sigaretten toen altijd bij Bennie Muller op de Haarlemmerstraat. Daar kon je ook kaartjes van Ajax krijgen. Op een dag kwam ik thuis en ik ging naar mijn kamer. Ik dacht: waar zijn mijn Ajax-plakboeken gebleven? “Oh, aan Bennie Muller gegeven”, zei mijn vader. Ik dacht: huh, hoe haal je in het je hoofd mijn Ajax-plakboeken weg te geven? Ik ben erheen gegaan en heb een paar boeken teruggekregen. Ik was wel echt geschrokken, ja.’

De plakboeken hebben veel waarde voor Scholten van Aschat, zo vertelt hij. ‘In de jaren zeventig had je een blad, Europacup heette dat. Daar stonden schitterende kleurenfoto’s in en die kon je eruit halen voor in je plakboek. Ik had bijvoorbeeld een foto van Cruijff tegen Inter Milan, van die kopbal in de finale van 1972. Dat was van alle kanten gefotografeerd. En ook een foto van Barry Hulshoff die scoorde tegen Real Madrid. Dat staat in je geheugen gegrift. Van die wedstrijden weet ik ook nog precies wie en wanneer scoorde.’

Voetballen met Lerby en Mister FC Twente Epi Drost

Scholten van Aschat heeft vroeger nooit bij een voetbalclub gevoetbald. Hij was lid van een hockeyclub en voetballen deed hij weleens op straat. Later voetbalde hij in een artiestenteam en dit was voornamelijk voor goede doelen. Zodoende voetbalde hij ook weleens met voormalig topvoetballers. ‘Ik speelde een keer tegen een team met mensen uit Gooische Vrouwen. Zij hadden Sören Lerby, Linda de Mol kende hem. Peter Blok, een acteur, speelde Lerby tussen zijn benen door. Lerby draaide zich toen om en haalde Peter hard onderuit, haha.’

Daarnaast had Scholten van Aschat de eer om eens met Epi Drost - ook wel Mister FC Twente genoemd - te spelen. ‘Dat was een geweldige voetballer. Ik speelde zelf rechtsbuiten. Ik kon wel hard rennen, een voorzet geven en koppen. Als rechtsbuiten viel er dan een bal ineens zo pal voor je voeten. Dat was dan een bal van Drost. Hij gaf de bal precies op maat, ongelooflijk.’

Net als iedere Ajax-fan had Scholten van Aschat maar al te graag voor Ajax willen spelen. ‘Bij mij was het meer enthousiasme dan talent’, zegt hij. ‘Ik droom nog steeds van Ajax. Dat ik op de tribune zit en dat ze zeggen: Gijs, je moet nu echt invallen. Doe nog één keer je voetbalschoenen aan. Haha.’

Tijdens de Champions League-finale van 1995 op het ereterras

Het woord ‘tribune’ is gevallen. De tribune, dat is waar Scholten van Aschat het liefst de wedstrijden van Ajax bekijkt. ‘Mijn eerste wedstrijd die ik van Ajax in het echt zag, was tegen Independiente in de finale van de Wereldbeker. Dat was in 1972, Ajax won met 3-0. Johan Neeskens en John Rep waren toen trefzeker. Sindsdien ben ik ook altijd Ajax-fan gebleven’, aldus de acteur, die toen net dertien jaar oud was.

In de periode daarna kon Scholten van Aschat niet altijd naar wedstrijden van Ajax. Hij bouwde aan zijn eigen carrière, moest veel optreden en kreeg op een gegeven moment drie kinderen. ‘Met mijn oudste zoon ben ik, toen hij een jaar of zeven of acht was, toen naar De Meer gegaan. Daarna heb ik ook een seizoenkaart genomen in de ArenA en die seizoenkaart heb ik nog steeds. In het jaar dat Ajax in 1995 de Champions League won heb ik alle wedstrijden kunnen zien. Dat was geweldig. Met Finidi George, Litmanen en De Boertjes. Ik ben toen ook naar de finale in Wenen geweest.’

De finale in Wenen, die Ajax met 1-0 won, werd er voor Scholten van Aschat één om nooit meer te vergeten. ‘Ik werd gebeld door een vriendin, haar vriend zou meegaan naar de finale. Zij had kaarten gekregen via Warner Bros. in Los Angeles. Haar vriend kon niet en ik had die avond toevallige vrij’, aldus Scholten van Aschat, die dus een kaartje had voor de finale, maar geen vliegticket.

‘Een jeugdvriend van mij, Bob-Jan Hillen, was commercieel directeur van Ajax. Op Schiphol kon ik geen vlucht meer pakken. Dus ik belde hem en zei dat ik wel een kaartje, maar geen vlucht had. Toen zei hij: als je nu naar de gate gaat, kun je met het vliegtuig voor de spelersvrouwen en familieleden mee. Ik kon het net op tijd halen en in het vliegtuig zat ik naast de broer van Marc Overmars. In Wenen heb ik op het vliegveld de kaartjes opgehaald. Het bleken erekaartjes van de UEFA te zijn. Dus ik zat in het stadion op het ereterras en ik bleek de hele dag een Mercedes met chauffeur tot mijn beschikking te hebben. Ik heb ook nog gegeten met allerlei officials in een tent naast het stadion. Het was geweldig en Ajax won ook nog natuurlijk.’

Onze Trots: ‘Zat tijdens de Champions League-finale van ’95 plots op het ereterras’
Van Scholten Aschat in het vliegtuig vlak nadat Ajax in Wenen de Champions League wist te winnen.

Enkele jaren later was de Ajax-fan ook aanwezig bij het duel tussen AC Milan en Ajax in de kwartfinale van de Champions League (2003). ‘Ik zat toen op het ereterras, via Bob-Jan Hillen. Dat is een leuk verhaal. Hij was directeur bij Ajax en belde naar de directeur van Milan, die hij nog kende. We konden komen. Dus wij in Milaan naar het kantoor van Milan. Dat was in een mooi huis, heel ouderwets. We mochten de prijzenkamer van Milan zien en dat was fantastisch, niet normaal. Het is een club met een geweldig mooie traditie. Het heeft niets met geld te maken, het was gewoon echt chique.’

Ajax volgen op vele manieren

Scholten van Aschat bezoekt geregeld wedstrijden van Ajax in Europa. Hij probeert dan altijd een plekje te bemachtigen tussen de fans van de thuisploeg. ‘In Lissabon kwam ik wel in de metro met de harde kern van Ajax terecht. Dat is niet mijn ding. Ik hoop dan maar dat er niets gebeurt. Maar ik ben van oudsher wel een echte Ajax-supporter, het zit in mijn bloed. Het klagen hoort er ook bij. Op Twitter ben ik ook uitgesproken. Waar dat vandaan komt? Ik wil het gewoon kwijt. Nee, ik houd me niet in. Ik ben niet bang dat mensen daardoor niet meer naar mijn voorstellingen komen. En ik heb ook vaak gewoon gelijk, haha.’

Onze Trots: ‘Zat tijdens de Champions League-finale van ’95 plots op het ereterras’
Scholten van Aschat met zijn zoon Jeroen in de Johan Cruijff ArenA. 'Mijn oudste zoon en ik zijn echte Ajacieden.'

De acteur volgt Ajax op meerdere manieren, zo vertelt hij. ‘Ik bezoek de wedstrijden, volg de club op sociale media, luister naar de Hard Gras Podcast en andere voetbalprogramma’s, volg de transferberichten en ik kijk rond op Twitter. En met je vrienden heb je het er ook nog over’, zegt de acteur, die vertelt dat zijn oudste zoon ook fanatiek Ajacied is. ‘Mijn oudste zoon en ik zijn echte Ajacieden. Mijn tweede zoon geeft er niets om en mijn dochter gaat voor de gein mee. Of ik nog heel chagrijnig word als Ajax verliest? Ik ben langzamerhand wel zo ver, en dat komt waarschijnlijk omdat ik wat ouder ben, dat als Ajax slecht speelt ik bijna hoop: laat ze dan maar een keer verliezen ook. Krijg maar een keer op je kloten. Maar als Ajax dan alsnog wint, ben ik alsnog heel blij hoor.’

Prachtige herinneringen aan Johan Cruijff en Piet Keizer

De tweede zoon van Scholten van Aschat is net als zijn vader acteur en speelde in het verleden eens als Johan Cruijff in de serie Johan: logisch is anders. ‘Hij is niet zo’n voetbalfan, maar dat hij Cruijff mocht spelen was hartstikke leuk’, zegt zijn vader. ‘Dat is een enorme eer en hij deed het ook wel aardig. Het was een geestige serie. Mijn oudste zoon voetbalt bij Swift en kan redelijk voetballen. Hij heeft ook met school straatvoetbaltoernooien gedaan. Toen hij een keer had gewonnen, werd de beker uitgereikt door Cruijff. Toen is hij ook nog op de foto gegaan met Cruijff. Ja, dat is mooi.’

Wie de acteur hoort praten over Cruijff zou haast denken dat het zijn favoriete Ajacied aller tijden is. Gek zou dat ook niet zijn, als je als kind en tiener opgroeit in de glorietijd van Cruijff. Toch kiest de acteur voor een andere Ajacied: ‘Piet Keizer. Ik ben acteur en bij Keizer zag ik de poëtische kant. Ik vind Keizer een tragische held. Naar aanleiding van zijn dood heb ik ook een gedicht gemaakt. Ik vind hem echt een mythische held.’

‘Keizer was ook iemand die na zijn tijd bij Ajax zijn schoenen weggooide. Zo van: krijg de kolere maar. Hij ging ook niet meer naar een andere club. Iedereen wilde altijd Cruijff zijn, maar ik vond Keizer een mooi figuur. Later heb ik heb hem ontmoet in de bestuurskamer van Ajax en ik woonde vlakbij hem. Hij liep er toen bij als een soort Big Lebowski, met een enorme baard. Hij ging bier en sigaretten halen en ik kwam hem tegen bij de supermarkt. Dat was een soort mythisch, ik vond dat mooi.’

De toneelspeler kent eigenlijk geen spelers van Ajax persoonlijk, al kwam hij Jan Vertonghen in het verleden weleens tegen. ‘Zijn vriendin werkte bij het Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond. Daar kwam hij vaak om voorstellingen te bekijken. Ik heb eigenlijk nooit een voetballer bij het theater gezien. Ik mocht Jan wel, al wil ik niet zeggen dat ik hem echt goed gekend heb.’

Raakvlakken tussen acteren en voetballen

Als acteur weet Scholten van Aschat hoe het is om haast dagelijks topprestaties te moeten leveren. Hij ziet dan ook veel raakvlakken tussen acteren en voetballen. ‘Ik sta avond aan avond op het toneel en weet gewoon dat alles te maken heeft met instelling. Je moet er vol voor gaan, je moet je voorbereiden en geconcentreerd zijn. Bij Ajax kan iedereen voetballen, maar voor tachtig procent gaat het om de mentaliteit. Spelers als Álvarez, Martínez en Tagliafico maken ook fouten, maar zij hebben een andere mentaliteit. Ik maak zelf vaak de vergelijking dat het spelen op toneel hetzelfde is als een wedstrijd spelen. Tegen mijn leerlingen zeg ik ook: als jij om 20.00 uur begint en je moet dan nog hard werken, ben je al te laat.’

Het gaat er dan ook om dat de voorbereiding goed moet zijn. ‘Kijk naar Messi. Hij heeft zo vaak en zo hard getraind in zijn jeugd, dat als het spel begint hij vrij is in zijn hoofd. Hij speelt totaal op intuïtie. Alle grote spelers zijn vrij in hun hoofd, zijn creatief en hoeven niet na te denken. Als ik in de avond speel, probeer ik altijd vrij te zijn en plezier te hebben. Ik wil niet hebben dat ik moet nadenken. Dat is de overeenkomst tussen het acteren en voetballen. Dat je creatief moet zijn en dat je moet genieten van het spel. Dat alles heeft te maken met training, talent en voorbereiding. Op toneel moet je niet staan en denken: wat is mijn volgende zin? Cruijff zei ook altijd dat als je veel oefenstof herhaalt je in het veld niet meer hoeft na te denken.’

Films over voetbal

Ambitie om in de voetballerij te werken, heeft Scholten van Aschat overigens niet. Hij noemt het niet ‘zijn wereldje’. ‘Ik heb andere dingen waar ik beter in ben en die ik leuker vind. Voetbal is leuk om naar te kijken, maar ik ben blij dat ik niet in het wereldje zit. Voor mij is het te veel geld, te veel proleten en te veel bling, bling.’

Voetbal is een onderwerp dat in films eigenlijk nauwelijks voorkomt. Volgens Scholten van Aschat is dat niet zonder reden. ‘Het is heel moeilijk om een voetbalwedstrijd in een film goed in beeld te brengen. Je moet dan echt goede voetballers hebben…En de kijker trapt niet meer in een shot met een voorzetje en een kopbal. Ik heb zelf in De Zwarte Meteoor - naar het boek van Tom Egbers - de voorzitter gespeeld. Ik denk dat je wel goede films over de wereld achter het voetbal kan maken. Over het gezeik met de UEFA, het gedoe met omkoping of het gedoe met Promes. Maar het voetbal zelf moet je eigenlijk zoveel mogelijk buiten beeld houden.’

Tegenwoordig kun je er haast niet meer omheen, maar in het verleden was het makkelijk om te vermijden dat je de afloop van een voetbalwedstrijd al wist als je een wedstrijd niet kon kijken. De acteur moest geregeld een wedstrijd missen vanwege een optreden. ‘Dan zette ik thuis mijn videorecorder aan. Ik deed mijn oren dicht en reed naar huis, de radio ging niet aan. Thuis keek ik dan de wedstrijd terug, zonder dat ik de uitslag wist. Dat vond ik te gek. Maar tegenwoordig lukt dat niet meer.’

Voetballen zonder uitsupporters

Het liefst kijkt Scholten van Aschat de wedstrijden in het stadion, al is hij er wel een voorstander van dat wedstrijden in de toekomst zonder supporters van de uitspelende ploeg worden gespeeld. ‘Dan is gewoon klaar, heb je nooit gezeik. De gevallen dat het niet goed gaat, leggen zoveel druk op het systeem. Wat win je ermee? Iedereen speelt een keer thuis en uit. Ik werk samen met mensen van de politie en het kost ongelooflijk veel man aan politiekracht per wedstrijd. Daar gaat veel geld inzitten en dat is gemeenschapsgeld. Dat vind ik onzin. Dat mensen die niets met voetbal hebben er indirect voor betalen. Het gekke is dat het bij Europese wedstrijden vaak wel meevalt. Behalve bij Feyenoord…’

Supporters van Feyenoord kwamen in de afgelopen jaren geregeld negatief in het nieuws rondom Europese wedstrijden. Toch heeft Scholten van Aschat geen hekel aan de club uit Rotterdam. ‘Ik moet wel zeggen dat ik voor Ajax ben en dat er dan een hele tijd niets komt. Maar ik vind Feyenoord wel een leuke club geworden. Ik kan genieten van clubs die het goed doen. Van PSV moet ik weinig hebben, maar als ze Europees spelen, hoop ik toch dat ze winnen.’

‘Ik ben ook wel een echte voetbalfan. Goed voetbal moet ook beloond worden. Ik heb een voorkeur voor clubs die bekend staan om hun traditie en hun opleiding. Aan een club als Paris Saint-Germain heb ik bij voorbaat al een hekel. City ook wel, maar die hebben nog wel Guardiola en ze spelen geweldig mooi voetbal. Newcastle United is in principe ook een hele mooie club met een mooie traditie, dus het is zonde wat daar nu gebeurt.’

De transferzomer van Ajax

Het is inmiddels juni en een boeiende transferzomer staat mogelijk voor de deur. Scholten van Aschat vraagt zich tijdens het interview hardop af welke spelers Ajax gaat verkopen. Zo staat Antony op de nominatie om verkocht te worden. ‘Bij Neres ging het mis. Daar konden ze vijftig miljoen euro voor krijgen en dat is daarna niet gelukt’, zegt hij. Overigens is de fanatieke Ajax-supporter geen enorme fan van Antony. ‘Ik houd van spelers als Klaassen, Martínez en Tagliafico. Antony vind ik een vervelend ventje. Je moet het ook wel verdienen om voor Ajax te spelen. Je moet een soort klasse hebben.’

Daarnaast verwacht de Ajax-fan dat ook Jurriën Timber en Sébastien Haller deze zomer verkocht zullen worden. ‘Ze zullen behoorlijk wat spelers zien vertrekken. Daar moet toch kwaliteit voor terugkomen. Ik denk dat volgend jaar een overgangsjaar wordt. Dat is jammer, want we spelen wel gewoon in de Champions League.’

Een belangrijke rol deze zomer is weggelegd voor Klaas-Jan Huntelaar, die tegenwoordig technisch adviseur bij Ajax is. ‘Ik heb hem weleens ontmoet. Het is een hele leuke vent. Heel slim, relaxed. Hij verkoopt geen knollen voor citroenen, hij is straight. Dat is een belangrijke kwaliteit in de voetbalwereld. Ik mag hem wel en ik denk dat hij slim genoeg is. Hij kan zijn tanden wel in een deal zetten.’

Ajax zal de markt op moeten voor nieuwe spelers en zodoende is het speculeren geblazen over wie de Amsterdamse club moet komen versterken. Christian Eriksen staat bovenaan het lijstje van de seizoenkaarthouder van Ajax. ‘Hij heeft Brentford 21 punten gegeven. Sinds hij daar speelt, is het gaan lopen bij Brentford. Ajax had hem perfect kunnen gebruiken. Ik denk niet dat hij deze zomer haalbaar is voor Ajax. Maar als hij naar Ajax wil, zou ik dat wel doen. Hij kan overal op het middenveld spelen en kan nog zeker drie jaar mee. Kijk naar Modric. Zo’n soort speler is het.’

Bovendien staat er bij Ajax vanaf het komende seizoen een nieuwe trainer aan het roer: Alfred Schreuder. Scholten van Aschat heeft vertrouwen in Ajax’ nieuwe trainer. ‘Ik ben blij met Schreuder. Als je de geruchten hoort, waren spelers eerst ook blijer met Schreuder dan met Ten Hag. Hij is ook iemand die spelers beter kan maken. Bij Brugge is hij kampioen worden. Het is een slimme zet. Koeman nam hem ook niet voor niets mee naar Barcelona en Nagelsmann is lovend over hem. En bij Barcelona en Bayern lopen echt wel mensen rond die er verstand van hebben.’

Bart Veenstra (Twitter: @Bart_Veenstra | e-mail: b.veenstra@ajaxshowtime.com)
Bas Velzel (Twitter: @BasVelzel | e-mail: b.velzel@ajaxshowtime.com)

Lees meer over:
Plaats reactie
Laad meer reacties