In transferperiodes is de nostalgie nooit ver weg, dus Ajax
Showtime probeerde een 4-3-3 samen te stellen van binnenlandse aanwinsten.
Zo makkelijk bleek dat niet, verdwalend in de inkomende transferhistorie,
discussiërend op de redactie en stuitend op anekdotes, cultspelers en
voetbalquizwaardige details die om uiteenlopende redenen een vermelding
verdienen. Zoals 'Hans Mandekker', de biljartkeu van Ling en moeder Mühren in
klederdracht. Doel: de 1082 'schone' minuten van Stuy
Onder de lat is er al een dilemma: Schrijvers of Stuy?
Heinz Stuy, als baby
in zijn geboorteplaats Wanne-Eickel aangekondigd als 'doodgeboren', spant na
zijn Telstar-periode bij Ajax een onmogelijke kroon als ongepasseerde doelman
in drie achtereenvolgende Europacup I-finales. De Duitser laat in 1995 een bos
bloemen bij Clemens Zwijnenberg bezorgen.
De Feyenoorder houdt namelijk Stuys
record van 1082 'schone' minuten intact, door te scoren tegen de eveneens
langdurig ongeklopte Edwin van der Sar. Ajax wint die Klassieker overigens met
2-4. Piepers jassend in zijn bistro vertelt Stuy hoe hij Barry Hulshoff, Ruud
Krol, Horst Blankenburg en Wim Suurbier oproept om, op weg naar zijn record,
vooral hun verdedigende stellingen niet te verlaten.
Tekst gaat verder onder onderstaande video.
Maar laten we
Piet Schrijvers niet
vergeten, die van FC Twente overkomt.
De Beer van De Meer, vijf keer
landskampioen en Voetballer van het Jaar, mist door een blessure de WK-finale
van 1978. Mijmerend over zijn spectaculaire reddingen komt een ontroerend beeld
naar boven, een heroïsche filmscène bijna: de doelman die de geblesseerde
Jesper Olsen naar de zijlijn brengt, alsof hij een uit een inferno gered kind
in zijn armen draagt. Dat de naam Schrijvers in
Het
Beste Ajax Ooit boven onder anderen Stuy prijkt,
zegt veel over zijn voortdurende populariteit.
Rechtsback: Blind en zijn
opgezopen Toyota
Ajax brengt zelf doorgaans prima
rechtsbacks voort, maar in 1986 valt het oog op een besnorde Zeeuw van Sparta.
Danny
Blind mist zijn eerste Europacup II-finale en krijgt in de tweede vroegtijdig rood. Eenmaal snorloos
maar mét modieuze weekendbaard schiet hij, na de UEFA Cup en die met de Grote
Oren omhooggehouden te hebben,
de Wereldbeker terug richting Watergraafsmeer.
'Eén van mijn langste wandelingen in mijn leven geloof
ik: van de middenlijn naar de penaltystip toe'. Blind
bekostigt het feestje door een gloednieuwe Toyota, zijn man of the match-prijs,
ter plekke te verkopen. Bij thuiskomst vraagt zijn vrouw waar de auto gebleven
is. 'Die hebben we opgezopen, zei ik'. De zilverwerkverzamelaar speelt
nooit meer voor een andere club, een zeldzaamheid.
Centrum: betonnen blok met Wouters
en Koeman
Soms zijn kleinere voetbalverhalen
minstens zo vermakelijk. Begin jaren 80, wanneer er nog gesproken wordt van
'laatste man' of 'ausputzer', speelt Leo van Veen op die positie. 'Zijn
er betere voetballers geweest die nooit het Nederlands Elftal hebben gehaald?',
vraagt Studio Voetbal zich af in de rubriek Het Eindsignaal. De
lange techneut pakt met Ajax de dubbel, maar dus niet als de scorende spits die
hij bij DOS en FC Utrecht was.
FC Den Bosch-aankoop, trouwe invaller en
cultheld Arnold Scholten overlegt uiteindelijk een jaloersmakende
erelijst. Overeenkomsten met de Braziliaanse ster vertoont hij nauwelijks; de
bijnaam De Witte Socrates is een vondst van zijn Bossche ploeggenoot
Gerard Aichorn, een Oostenrijker die zelf Der Schnitzel wordt genoemd.
Aan
Hans Werdekker (Willem II), kleeft de klassieke transfertragiek dat
degene die hem haalt - Johan Cruijff - al snel vertrekt.
Onder
Kurt Linder gaat Ajax 4-4-2 spelen en is de
concurrentie sowieso groot. Werdekker is na zijn voetbalcarrière verdienstelijk
american footballspeler, zaakwaarnemer en timmerman. In
ELF Voetbal: 'Ik
had bij wijze van spreken geld meegenomen om voor Ajax te kunnen spelen'. De
geboren Haarlemmer heeft zijn TDK-shirts met nummer 4 altijd bewaard.
Een één-tweetje op de tribune, bij aanvang van seizoen
1988-1989:
"Hey, wie is die nieuwe?"
"Effe in m'n boekie kijken. Eh, Hans Werdekker.
Voorstopper."
"Ah. Hans Mandekker
dus."
Tekst gaat verder onder de foto.
De van FC Utrecht overgekomen
Jan
Wouters is wel vaste keus bij Ajax, en pakt vier prijzen. De controleur en
soms centrale verdediger bereidt
De
Perfecte Omhaal voor en neemt de bal zelf ook
graag in één keer op de slof, het liefst in de loop. Bovendien kopieert hij
Marco van Bastens slidingdoelpunt van het EK 1988 tegen Roda JC, ditmaal in de
rol van afmaker. Omdat het op het middenveld erg druk wordt, posteren we
Wouters achterin.
Hij vormt een betonnen blok met
Ronald Koeman, ook
zo'n kanon met een eigen hoofdstuk in
Ajax 125 Jaar. De
aanwinst uit Groningen clasht aanvankelijk met Cruijff, net thuis van Spaanse
en Amerikaanse avonturen en dan al in alles een dirigent. 'Als je nou verdomme
je bek niet houdt!' bijt Koeman hem toe, maar de libero raakt zowaar op de
juiste manier geprikkeld. In Barcelona komt het goed tussen de twee.
Linksback: 'Ik zit nu bij een club
die praktisch alles wint', weet Winston Bogarde al
De aanvallend ingestelde
Vitesse-vleugelverdediger
Peter Boeve zet koers richting De Meer in
1979. Wordt hij geen kampioen met Ajax, dan eindigt de club wel als tweede.
Kleine
Co, één van de beste linksbacks van die generatie genoemd, bekroont zijn
loopbaan met
Europacup II-winst in Athene. Als trainer blijkt hij een taalkunstenaar in de traditie
van Éric Cantona: 'Een aap valt alleen uit de boom als er een banaan op de
grond ligt'. En over Willem II-goalie Geert de Vlieger: 'Daar hebben we vandaag
geen last van, want er staat geen wind'.
Eveneens nooit verlegen om een quote
zit
Winston Bogarde; onverzettelijk op het veld, in bestuurskamers, en
waar eigenlijk niet. Voor een item van
AT5 reist de geblesseerde aankoop
mee naar de uitwedstrijd in Spangen. 'Op het moment dat ik er binnenkwam, voelde
ik me al Ajacied'. Hij zegt het staand tussen de aanhangers van zijn oude club,
met wie het twee seizoenen later op diezelfde plek minder gezellig wordt. De
verslaggever wil weten wat dat inhoudt. 'Ik ben van mezelf gewoon een winnaar,
van nature. En ik zit nu bij een club die praktisch alles wint'.
Zijn woorden blijken profetisch.
Middenveld: moeilijk kiezen, maar
één of twee Mührens staan er sowieso
Wanneer de snelste zuidwaartse
route vanuit Volendam bij gebrek aan Ring A10 nog dwars door Amsterdam leidt,
wordt Gerrie Mühren een Ajax-icoon. Magazine FourFourTwo
brengt een speciale editie uit met de Top 50 van mooiste voetbalmomenten, met
Mühren op plek drie, net onder zijn idool Ferenc Puskás: Gerrie Mühren's
keepie-uppies.
Tussen de prijzenkasten van Real Madrid ontdekt de
bescheiden balkunstenaar een grote foto van zijn hoogstandje. 1200 kilometer
verderop prijkt zijn Le Coq Sportif-shirt nog steeds in het museum van San
Siro. Ere wie ere toekomt.
Tekst gaat verder onder de foto.
De speler wiens standbeeld
in het vissersdorp de voetballende jeugd inspireert, wordt gevolgd door broer
Arnold Mühren in 1971. Met het Gouden Ajax vullen ze de prijzenvitrines in
hoog tempo. Gerrie vertrekt later naar Real Betis, Arnold naar FC Twente en
daarna Engeland. Hij keert halverwege de jaren 80 terug
op
aandringen van Johan Cruijff, om onder meer een
Europacup II binnen te slepen.
Dorpsgenoot Wim Jonk doet vermoeden dat
de traptechniek in het Volendamse drinkwater zit. Ziedend afstandsschot tegen
PSV, Feyenoord of Torino, stiftje tegen Sparta: de wedstrijd vraagt, Wim
draait. En dan die assists op Dennis Bergkamp.
Tekst gaat verder onder onderstaande video.
'Janssen schudt met het hoofd, maar zijn ogen lachen'
15 mei 2011, enkele seconden nadat Siem de Jong zich
onsterfelijk maakt tegen FC Twente. Theo Janssen of De Dikke Prins,
zoals Marcel van Roosmalen zijn biografie titelt, staat met de handen in de
zij te hoofdschudden, maar zijn ogen lachen. 'Ik wist al dat ik na het seizoen
naar Ajax zou gaan', verklaart de spelverdeler in De Telegraaf. En tegen
Ajax TV: 'De beleving in die wedstrijd om de derde ster was heel
bijzonder'.
Weinig supporters kunnen boos worden op Janssen, maar hij wordt in
zijn ene kampioensseizoen niet zo populair als
Lasse Schöne, die NEC
verruilt voor Ajax. Een echt Ajax-hoofd, zou
Arco
Gnocchi zeggen. Met een terugknokkersmentaliteit
en een fluwelen rechterbeen. Die vrije trap over Thibaut Courtois heen,
ongeveer genomen vanaf het Plaza Mayor. Die ouverture van de Klassieker. De
wraakpegel in Utrecht. En, wanneer het schuifdak wordt getest door hevige
sneeuwval, die wonderschone streep thuis tegen PSV.
Klasse Schöne kan
nooit meer stuk, net zo min als
Frenkie de Jong, als jeugdspeler voor
een prikkie van Willem II gehaald. Elke Ajacied herinnert zich zijn moment in
Bernabéu in 2019 met Luka Modrić als kind van de rekening, waar de meeste
Ajacieden liever Sergio Ramos voor joker hadden zien zitten. Die zit wel, maar
dan geschorst op de tribune, door dat
'kaartje' een week eerder. In zijn laatste optreden als Ajacied, tegen de Graafschap, tikt de
toekomstige Barça-speler arbiter Danny Makkelie aan. 'Geef wel even
blessuretijd, ik wil zo lang mogelijk voetballen, ja?'.
Rechtsbuiten: 'Met Ling maakte je
de kachel niet aan'
In 1996 is de start van
Tijjani
Babangida (Roda JC) stroef, na alle Ajax-successen. Twee seizoenen later
walst landskampioen Ajax in de bekerfinale
met 5-0 over PSV heen,
met
Baba in een glansrol. Hij roemt zijn medespelers, zoals Jari
Litmanen, Shota Arveladze en Michael Laudrup: 'Hij deed dingen op het veld die
ik niet normaal vond', aldus de beoogde opvolger van Finidi George tegen
Ajax
TV. Arveladze maakt ritmisch minder indruk. Lachend: 'Shota, die kon niet
goed dansen'.
De van Feyenoord overgestapte
Steven Berghuis beleeft
direct een machtige Champions League-serie van 18 punten uit 6 wedstrijden.
Oef, als Sébastien Haller zijn hakje tegen Borussia Dortmund had verzilverd. De
supporters roepen
Stevie uit tot
Ajacied van het Jaar.
Daarna, jojoënd tussen rechtervleugel, middenveld, bank en blessureleed, ziet
hij een hele optocht aan trainers passeren en verbleken zijn bijdrages. Al
leeft hij sporadisch op met de komst van Francesco Farioli; de lat ligt hoger.
Dat roept men ook zodra Hakim Ziyech bij FC Twente wordt gekocht. Niet
meteen een publiekslieveling dus, maar in het droomseizoen 2018-2019 wordt De
Tovenaar na zijn gelijkmaker tegen Real Madrid letterlijk in de armen
gesloten, na een stagedive over de reclameborden. De blijdschap is groot als
hij na dat seizoen aankondigt te blijven, en helemaal als hij blijft excelleren
op de Europese velden.
De flamboyante Tscheu La Ling,
een naam die ook op de voetbalpleintjes vaak klinkt, verdedigt niet
graag mee. Bij FC Den Haag weet Aad Mansveld er alles van. 'Met de bal is hij
ontzettend goed, zonder bal afgrijselijk statisch (...) Hij heeft een
schijnbeweging, hij kan pingelen, ongelooflijk. Maar hij verslaapt zich rustig
op de zondag'.
Dat Ling in het Haagse nachtleven uitgebreid de bloemen buiten
zet is aanleiding tot zijn vertrek - zijn medespelers stemmen hem weg. Bij Ajax
blijft de buitenspeler zijn grillige zelf, en krijgt dat soms vanuit de F-side
te horen. 'Maar Ling schold gewoon terug of stak eens een middelvinger op.
(...) Toen Johan Cruijff ooit Ling dreigde uit te leggen hoe hij moest
biljarten had Cruijff bijna een keu tussen zijn billen. Met Ling maakte je de
kachel niet aan', aldus Sportkroniek. Een typisch, vaak aangehaald
Ling-moment vindt plaats op Old Trafford, waarbij hij zijn opponent Stewart
Houston wenkt. En dolt. Op de tribune klinkt het droogjes: 'Houston, we have a
problem'.
Tekst gaat verder onder onderstaande video.
Centrumspits: ja, zeg het maar
'Als het voetballend niet lukt,
dan gooien we gewoon die boomstam erin'; zoiets zegt een medespeler
ietwat laatdunkend over Ron Willems, voorheen FC Twente. Het werkt wel,
tijdens de verhitte seizoensclimax in 1990 tegen het sterke Roda JC. De
cultspits maakt de belangrijke 2-2 in een scrimmage die doet denken aan 'De
Doelworsteling' uit Dik Bruynesteyns Voetbalkwartet.
Mounir El
Hamdaoui, één van de veelbesproken AZ-aankopen,
produceert veel
stijlvolle stiftjes, maar botst met coach Frank de Boer. Kort daarop verdwijnt
hij via de achteruitgang. Dat overkomt in 1979 ook
Ray Clarke, zij het
om onverklaarbare reden.
'RAY MUST STAY', zeggen de spandoeken. Zijn ploeggenoten vinden hetzelfde, de
heren voetbalkenners op kantoor niet. Zij verkopen Clarke aan Club Brugge
zonder diens medeweten, nota bene tijdens zijn vakantie.
Rond de tijd dat het betaald
voetbal wordt ingevoerd, zijn daar de gebroeders Groot (Stormvogels): Henk
Groot geniet een mythische status, met waanzinnige statistieken. Cees
Groot is maar iets minder productief. Beiden belanden in de top 10 van
Ajax-topscorers. De Zaankanters zien broer Rob nét niet als derde Groot naar
Ajax komen.
Later kiest vanuit het oer-FC Groningen (GVAV-Rapiditas, waartegen
Cruijff scorend debuteert) Klaas Nuninga voor Ajax. De midvoor loopt één
op drie; twee goals maakt hij tijdens de Mistwedstrijd. Nuninga wordt
met voorhoedemaatjes Cruijff, Sjaak Swart en Piet Keizer vereeuwigd voor Elseviers
Weekblad: Portret van vier Ajax-spelers. De foto van Paul Huf heeft
in de voetbalwereld een soortgelijke allure als die van The Beatles op hun Abbey
Road-hoes.
Tekst gaat verder onder de foto.
Bij zijn eerste Ajax-doelpunt
maakt ex-FC Twente-aanvaller Dick van Dijk een koprol. Aan Veronica
vertelt hij vanuit zijn woonplaats in Zuid-Frankrijk, tussendoor even babbelend
met dorpsgenoot en Rolling Stones-bassist Bill Wyman, daarover: 'Toen zeiden de
spelers: Jongen, doe nou even normaal, we zijn niet zo uitbundig bij Ajax.
Geen koprollen.'
De goaltjesdief steekt na zijn kopdoelpunt op Wembley in
1971 dus gewoon zijn armen omhoog. Het is tevens de Europacup I-finale van de
gewisselde Sjaak Swart die vanzelfsprekend not amused is, de
geblesseerde Ruud Krol die vanaf de tribune toekijkt (en juichend zijn
wandelstok in de lucht steekt), en moeder Mühren, die Londen aandoet in
Volendamse klederdracht.
Tekst gaat verder onder onderstaande video.
Vanuit het Hoge Noorden verschijnt
El Pistolero. Zelden pakt een spits met dergelijke statistieken in
drieënhalf clubseizoen alleen een KNVB-beker. Eenmaal bij Liverpool neemt Luis
Suárez in 2011 alsnog zijn kampioensmedaille in ontvangst, als Ajax 'Koning
van de Inhaalrace' wordt.
Ook over de Afsluitdijk komt de beste aankoop uit het
Abe Lenstra Stadion:
Klaas-Jan Huntelaar. Uit alle standen, ook
ondersteboven in de lucht hangend, treft hij doel. Onbegrijpelijk blijft de
misser van bondscoach Bert van Marwijk, die tijdens de WK-finale van 2010 in
Zuid-Afrika niet
Huntelaar, maar Edson Braafheid laat invallen. Gelukkig weten Ajax-coaches hem wel op waarde te schatten, net als fans die de hit 'Wünderbar' van punkband Tenpole Tudor uit 1981 afstoffen om er hun eigen Huntelaar-versie van te maken.
Linksbuiten: Rob de Wit
Wanneer Marc Overmars
(Willem II) een dribbel inzet, weten supporters genoeg en klinken er
motorgeluiden en het 'miep-miep' van tekenfilmheld Road Runner. Noch in de
Eredivisie, noch in Europa weet een Wile E. Coyote de succesvolle
vleugelflitser bij te benen.
Toch haalt hij het qua balbehandeling niet bij Rob
de Wit, die van FC Utrecht als opvolger van Jesper Olsen aan
de Middenweg arriveert. Niet alleen heeft Ajax kortstondig genoten van een
juweel van een linksbuiten, zijn humor wordt geroemd door zijn ploeggenoten,
zoals Sonny Silooy. Op de website van Ajax vertelt het duo in 2024 over
verknipte trainingspakken, vlaaiengevechten in de spelersbus en creatief
autorijden. De Wit: 'Ik reed ooit weg bij De Meer toen ik onze wasvrouw op de
motorkap had'. Ze is gelukkig ongedeerd, de Ajacied maakt het goed met bloemen.
Ajacied in Toscane
Meer van 'Ajacied in Toscane'