Sjoerd Mossou heeft in zijn column in het Algemeen Dagblad op cynische wijze zijn mening gegeven over de staat van het Nederlandse voetbal. Na de winterstop zal er geen enkele Nederlandse club meer te bewonderen zijn in Europa en bovendien waren Feyenoord en Vitesse in de groepsfases van respectievelijk de Champions League en Europa League kansloos. Mossou zag Ajax afgelopen mei nog de Europa League-finale halen. 'Het bewijs was geleverd: het kan nog. Er is nog hoop. Met een helder speelplan, een eigenwijze trainer, een paar mooie puzzelstukjes en een dosis geluk is er veel mogelijk. Het blijft voetbal', schrijft hij, waarna Mossou uitlegt wat er zo tegenstrijdig is. 'Die finale van Ajax leidde er mede toe dat alles in Nederland bij het oude bleef. De besprekingen over een nieuwe competitie-opzet strandden hopeloos, want individuele clubs vonden verandering maar eng. Het succes van Ajax werd – echt waar – als argument gebruikt om alles lekker bij het oude te laten. Het ging toch prima zo? Niks aan de hand, jongens.'
Vervolgens kruipt de auteur zich in het lijf van een KNVB-man en legt uit dat we, als Nederland-zijnde, terug gaan komen. 'We snappen best dat de rest van Europa het even niet gelooft, zelfs wijzelf hebben moeite het in te zien, maar Nederland is nog steeds een uniek voetballand. Onze diepgewortelde, rijke, prachtige voetbalcultuur is onverwoestbaar', klinkt het cynisch, waarna Mossou uitlegt dat het grote geld bij andere landen een grote rol speelt. 'Maar onze oud-Hollandse ondergrond van voetbal, voetbal en nog eens voetbal: daar kan haast geen enkel land aan tippen. Geloof ons nou maar, over een tijdje zijn we weer een landje om trots op te zijn. Dan gaan we niet meer weerloos ten onder zoals dit seizoen, nooit meer.'