Ajax won afgelopen week van Feyenoord en PSV, en op het
veld lijkt Ajax weer op de weg terug naar boven. Op financieel gebied dreigt Ajax echter ingehaald te worden, puur kijkend naar de omzet van afgelopen jaar. Ook voor het seizoen 2024-25 zullen PSV en Feyenoord qua jaarcijfers dichtbij zitten. Maar
dit blijven momentopnames en het laat niet zien hoe anders de financiële
situaties zijn. Daarom duikt deze editie van Diepe Zakken in de jaarcijfers van
Ajax, PSV en Feyenoord. Recordomzet is niet meteen rijkdom
De recordomzet van PSV over afgelopen seizoen was geen
verrassing. De ambities waren duidelijk, de groei met behulp van investeringen
was al in gang gezet en met de premies uit de Champions League kwam de
Eindhovense club uit op 152,1 miljoen euro. Daarmee streven ze Ajax voor het eerst
sinds het seizoen 2015-2016 voorbij, zij het met maar 167.000 euro. Ook Feyenoord
noteerde een recordomzet van ruim 125 miljoen euro.
Met opnieuw Champions League-deelname voor PSV en Feyenoord
versus Europa League en bezuinigingen voor Ajax, is de kans groot dat dit
financiële beeld voor 2024/25 hetzelfde wordt. Daarmee lijkt het misschien
alsof de gouden bergen in Amsterdam weg zijn en de benaming ‘rijkste club’
afgestaan moet worden. Maar zover is het voorlopig niet.
Europese premies vertroebelen
De omzetcijfers zijn niet alleen een momentopname, maar het
is ook niet de beste graadmeter voor financiële gezondheid of structurele
stabiliteit. Kijk je verder dan dat, dan zie je dat de drie clubs zich in hele
andere fases bevinden. Wat het beeld enorm vertroebelt zijn de onzekere
inkomstenbronnen als Europese premies en transferopbrengsten. Zowel de
omzetstijging van PSV en Feyenoord, als de omzetdaling van Ajax zijn voor een
groot deel terug te herleiden naar het verschil in Europese inkomsten.
Ajax moet het doen met inkomsten uit de Europa League, terwijl de miljoenen bij PSV en Feyenoord binnenstromen vanwege hun deelname aan de Champions League.
Kosten zijn een betere graadmeter
Een beter beeld geven de uitgaven, want in de grillige
financiën van de voetbalwereld geldt dat inkomsten veelal eenmalig zijn en
uitgaven meestal langdurig. De ontwikkeling van de kosten (bedrijfslasten) van
de drie clubs laat zien dat vooral PSV meer is gaan uitgeven (+23%). Ook
Feyenoord geeft meer uit (+6%), terwijl Ajax kosten aan het drukken is (-6%).
De absolute getallen laten zien waarom Ajax dit seizoen nog
steeds meer kosten moet drukken; 191 miljoen euro aan bedrijfslasten is veel te
hoog en veel meer dan PSV (141
miljoen euro) en Feyenoord (112 miljoen euro).
Het salaris is de uitdaging
De grootste factor in de kosten zijn de salarisuitgaven.
Ook daar is hetzelfde beeld zichtbaar. Ajax geeft het meeste uit (102
miljoen euro), maar is aan het dalen (-8%). PSV stijgt het meest (+29% naar 77
miljoen euro), maar ook Feyenoord geeft meer uit dan ooit (66 miljoen euro; +13%). Let
wel, dit zijn de salarissen van álle medewerkers, en niet alleen de spelers.
Ajax heeft zo’n 30-40 procent meer fte’s in dienst dan de clubs uit Eindhoven en
Rotterdam.
Alleen de Amsterdamse club specificeert welk deel naar spelers gaat, waarschijnlijk omdat een beursnotering dat vraagt: 62,4 miljoen euro (-8,7 miljoen euro). Het zou
interessant zijn om dat getal bij de andere clubs ook in te zien, al lijkt het
aannemelijk dat de groei in salaris vrijwel volledig naar spelers is gegaan.
Bij PSV was dat ruim 17 miljoen euro meer, bij Feyenoord bijna 8 miljoen euro.
Tekst gaat verder onder de foto.
Het vertrek van onder meer Steven Bergwijn heeft ervoor gezorgd dat Ajax flink kan besparen op de salarissen.
Risico’s bij transferuitgaven
Ook bij transfers zijn inkomsten eenmalig en uitgaven
structureel. De effecten daarvan zijn terug te zien in de jaarcijfers. PSV
hield de kosten nog aardig onder controle door hun afschrijvingen op zo’n 28
miljoen euro te houden. Feyenoord daarentegen schroefde zijn budget op met zo’n 25 procent tot bijna 38 miljoen euro. Daarmee wordt het verschil met Ajax’ 50 miljoen euro steeds
kleiner.
Waarom dit risicovol is, wordt duidelijk uit de
inkomstenkant. Alle drie de clubs verdienden flink veel minder dan het jaar
ervoor. Tel daarbij op dat het huidige seizoen de inkomsten tegenvallen (net
als in de hele transferwereld) én er mogelijke veranderingen in het
transfersysteem (n.a.v. de Diarra-uitspraak) aanstaande zijn. Hoge (en dus
langdurige) uitgaven aan transfers worden dus steeds lastiger te compenseren.
Niet bouwen op Champions League inkomsten
Voor PSV en Feyenoord is het zaak dat ze niet in dezelfde
valkuil gaan stappen als Ajax in de afgelopen jaren. De grote inkomsten uit de
Champions League en transfers gingen in Amsterdam voor een te groot deel naar
salarissen en transfers in plaats van opleiden en ontwikkelen. Nu de inkomsten
stokken, lopen deze structurele uitgaven door.
Er moet dus gewerkt worden aan solide inkomsten, vooral uit
de commercie en/of recettes. Daar is Ajax nog altijd ruim koploper, ondanks de
tegenvallende inkomsten uit merchandise gedurende het afgelopen seizoen. Ajax verdiende zo’n 61
miljoen euro aan partnerships (sponsoren) plus business seats en skyboxen. Bij PSV
was dat zo’n 38 miljoen euro en Feyenoord bijna 40 miljoen euro.
Het verschil wordt nog groter als de merchandise erbij
gepakt wordt. Dat leverde Ajax bijna 29 miljoen euro op, tegenover 10 miljoen euro voor
PSV en 3,5 miljoen euro voor Feyenoord. Daarbij moet gezegd worden dat Feyenoord
zijn merchandise tegenwoordig volledig uitbesteed aan Castore (en daarmee ook
inkoopkósten bespaart).
Qua totale opbrengst van de recettes (incl.
seizoenskaarten) komen zowel Ajax als Feyenoord uit op ruim 32 miljoen euro, PSV
blijft achter met zo’n 23 miljoen euro.
Tekst gaat verder onder de foto.
Ajax heeft nog altijd de hoogste commerciële inkomsten in Nederland.
Structurele inkomsten tegenover kosten
Tel je deze structurele inkomsten bij elkaar op, dan steekt
Ajax nog altijd ruim boven de andere twee uit. Dat totaal komt op ruim 122
miljoen euro, voor Feyenoord is dat 75,5 miljoen euro en bij PSV komt net iets minder
dan 72 miljoen euro binnen.
Zet je dat af tegenover de totale kosten, dan zie je dat Ajax
met 64 procent en Feyenoord met 67 procent een groter deel afdekken dan PSV met net geen 51 procent.
PSV is dus het meest afhankelijk van de meer prestatie-gerelateerde inkomsten.
Valt de Champions League weg, dan wordt het daar harder gevoeld.
Groot verschil in onderliggende buffers
Hoewel Ajax en Feyenoord op dit punt meer op elkaar lijken,
zijn er twee cruciale verschillen. Ten eerste is Ajax aan het bezuinigen en
Feyenoord juist de uitgaven aan het opkrikken. Daarnaast, en nog belangrijker,
zijn de buffers heel anders. Zo had Ajax een (nog altijd gezond) eigen vermogen
van 226 miljoen euro tegenover net geen 15 miljoen euro voor Feyenoord. Dus ondanks hun
recordomzet, de vrij solide inkomsten én de waarde van hun bezittingen, is er
door alle schulden maar een relatief kleine plus te schrijven. Het eigen vermogen van PSV was zo’n 40,5 miljoen euro.
Het andere deel van de ‘buffer’ is de liquiditeit; hoeveel
cash er aanwezig is. Bij Ajax was dat begin vorig seizoen laag, maar
ondertussen weer opgekrikt tot ruim 34 miljoen euro (+205%) en ook bij PSV groeide
dat tot bijna 22 miljoen euro (+137%). Feyenoord daarentegen heeft hier grote
zorgen. Er stond einde vorig seizoen maar zo’n 62.000 euro aan liquide middelen ter
beschikking. Het afsluiten van (dure) kredieten lijkt onvermijdelijk dit
seizoen.
Tekst gaat verder onder deze foto.
Ajax was Feyenoord onlangs de baas op het veld.
PSV en Feyenoord gokken meer op de Champions League
Al met al zit
Ajax financieel natuurlijk nog in een lastige
periode en voor Feyenoord en PSV zijn de grote Champions League-miljoenen
beschikbaar. Ze lijken vooral bezig daarmee hun selectie te versterken. PSV
doet dat zorgvuldiger of gematigder, maar moet oppassen om de nieuwe, duurdere
spelershuishouding niet te veel te bekostigen met tijdelijke inkomsten. Voor
Feyenoord geldt dat advies nog veel meer. Zij nemen grotere financiële
risico’s, plus er is minder zekerheid dan bij PSV dat ze opnieuw de Champions
League halen.
Ajax is in het proces om de basis toekomstbestendiger te
maken door kosten te drukken. Dat moet dan ook terug te zien gaan zijn in de
cijfers van het huidige seizoen. Dat wordt vrijwel zeker een stevig verlies door
ontbrekende transferinkomsten, maar de focus moet daar liggen op
kostenreductie.
Dat is ook het perspectief als de drie clubs vergeleken
worden; zelfs mét bezuinigingen en het ontbreken van de Champions League, kan
Ajax op financieel gebied PSV en Feyenoord nog bijbenen. Dat is niet oneindig
zo, maar de komende jaren wel.
José de la Verde (X:
j_berden)
Diepe Zakken seizoen 2024/25:
Diepe Zakken seizoen 2023/24