Nu de organisatie bij Ajax lijkt terug te keren, kan de
focus weer naar de uitvoering van het beleid. Een van de meest kenmerkende en
onderscheidende onderdelen van het beleid is de jeugdopleiding. Die speelt ook
een belangrijke rol in het businessmodel van de club. Kijk je naar het aandeel
van de verdiensten van de club dat de inkomsten van jeugdspelers
vertegenwoordigt, is een dalende trend te zien. Gaat Ajax mee met de koopclubs
om bij te blijven? Deze editie van Diepe Zakken duikt dieper in deze
ontwikkeling en kijkt vooruit. Het is bijna vaste prik geworden; op het lijstje van
opleidingen die de meeste actieve spelers op het hoogste niveau leveren, staat
Ajax bovenaan. Van de afgelopen tien edities van CIES Football Observatory
prijkt Ajax zeven keer op de eerste plek, twee keer op plek twee en een keer
zesde. Daarnaast publiceerde dezelfde partij begin dit jaar het lijstje van
jeugdopleidingen met de hoogste omzet (Ajax gebruikt deze lijst zelf in hun
jaarverslag). Ajax neemt daar een tweede plek in met 376 miljoen euro over de
afgelopen tien jaar, alleen Benfica deed het beter. En intern bij Ajax gaat het
getal rond dat negentig procent van de hoogste jeugdspelers in het betaald voetbal terechtkomt.
Op basis hiervan zou je zeggen dat de jeugdopleiding
floreert. Bekijk je het financieel en beoordeel je het aandeel van deze
verkopen ten opzichte van de totale verdiensten van de club, dan zie je in de
afgelopen jaren toch een dalende trend. Waar de omzet en het transferresultaat
in de afgelopen jaren een stijgende lijn laat zien, rekening houdend met de
coronajaren, volgen de verdiensten van de verkoop van jeugdspelers deze trend
niet.
Ajax is meer gaan verdienen met de verkoop van aangekochte
spelers. Is dit de grilligheid van talentontwikkeling, gevolg van mindere
prestaties of een (on)bedoelde koerswijziging naar meer handelshuis zijn?
Inkomsten vs. winst bij Ajax
Als eerste het lijstje van CIES Football Observatory; die 376 miljoen euro betreft de omzet van jeugdspelers. Zij hanteren de UEFA-definitie
van een jeugdspeler: een speler die tussen zijn 15e en 21e ten minste drie
aaneengesloten jaren voor een club uitkwam. Dit is overigens dezelfde methode
waarop in Engeland een speler gezien wordt als ‘homegrown’. Hieronder is de top-tien van spelers te zien waaruit het totaalbedrag is opgebouwd.
Daar vallen een paar zaken op. Naast opvallende namen als Riechedly Bazoer en Jaïro Riedewald, ontbreken enkele grote transfers. Zo speelde Frenkie de
Jong (precies) drie aaneengesloten jaren voor Ajax, maar een deel toen hij 22
was. Antony speelde er te kort, Lisandro Martínez en Mohammed Kudus waren ‘te oud’. Noussair Mazraoui, André Onana en Brian Brobbey hadden hier mogelijk bij kunnen staan, maar verlieten de club
transfervrij. Overigens ontbreekt Dolberg, mogelijk een fout van de makers.
Daarnaast gaat het hier om de transfersom, zelfs inclusief
bonussen. Hoewel de transfersom een aardige indicatie geeft voor de waarde van
een speler, is het een minder goede afspiegeling van wat de club daadwerkelijk
eraan verdient. Het transferresultaat is daarvoor beter geschikt. Dat is ook
hoe Ajax zelf in het jaarverslag communiceert over het (financiële) succes van
het verkoopbeleid.
De transfersom is namelijk het bedrag dat een kopende club
betaalt, niet wat de verkopende club ontvangt. Van de transfersom gaat een deel
naar intermediair(s) en speler, een deel naar vorige clubs
(solidariteitsafdracht en mogelijke doorverkooppercentages), en zijn er overige
transferkosten. Boekhoudkundig gaat dan ook nog de resterende afschrijving eraf
om tot het transferresultaat te komen. Bij jeugdspelers houdt een club relatief
het meeste over van de transfersom en dat is een van de redenen waarom het
financieel gunstig is.
Transfers waar Ajax het meeste aan verdiende
Nu maakt Ajax alleen het totale transferresultaat bekend,
niet van individuele transfers. Met inschattingen is dat bij benadering wel
terug te rekenen. Hieronder volgt een overzicht van individuele transferresultaten
(inclusief solidariteit en doorverkoop), waar het totaal van alle transfers
naast eigen jeugd wordt gezet.
Daar valt op dat alleen de drie grootste jeugdtransfers in
de algehele top-tien terechtkomt. Ajax verdiende dus (veel) meer aan de
doorverkoop van niet-jeugdspelers. Verder zijn de seizoenen waarin deze
recordtransfers in plaatsvonden opvallend; voor de algehele lijst zijn het
vooral recente transfers, wat in lijn is met de groei in transfersommen in de
hele voetbalwereld. Voor de jeugd was er een piek in 2020/21 en met Jurriën
Timber maar één jeugdspeler na 2021/22. Daar lijkt het eigenlijk te stokken.
De ontwikkeling van het aandeel eigen jeugd bij Ajax
Nu zijn de grote, individuele transfers misschien minder
belangrijk dan de som van jeugdverkopen. In de grafiek hieronder is te zien hoe
de omzet van Ajax zich in de afgelopen jaren ontwikkelde, daarbij het
transferresultaat van die seizoenen. Duidelijk te zien is de invloed van de
coronajaren 2020/21 en 2021/22, maar over de afgelopen tien jaar is er een
stijgende trend. De inkomsten uit de verkoop van eigen jeugd volgen niet
hetzelfde patroon, met als dieptepunt het seizoen 2022/23, waar geen grote
transfer van een jeugdspeler plaatsvond.
Daar is ook een positieve uitleg op los te laten; Ajax weet
minder afhankelijk te zijn van de grilligheid van transfers (van de jeugd) en
kan dat opvangen met stabielere, (vooral) commerciële inkomsten.
Toch daalt het aandeel jeugd alweer enkele jaren. In het seizoen 2019/20 was er een piek en kwam 97 procent van het transferresultaat uit de verkoop van jeugdspelers. Daarna daalde het. Met als negatieve uitschieter
het seizoen 2022/23, waar het maar 2 procent was. Zie ook hieronder.
Vooruitblik biedt hoop op herstel bij Ajax, op termijn
Talentontwikkeling is lastig te voorspellen, en daarmee ook
de inkomsten ervan. Misschien zijn er golfbewegingen en de impact van de
organisatorische chaos van afgelopen seizoenen moet niet onderschat worden. En
het is een valkuil om snel een piekprestatie (ook financieel) als nieuw normaal
te zien.
Aankomend seizoen gaan er ongetwijfeld (veel) transfers
plaatsvinden, maar door de hoge, resterende afschrijvingen van de
Mislintat-aankopen is een hoog transferresultaat niet te verwachten. Mochten
Brobbey, Jorrel Hato, maar ook Kenneth Taylor en Devyne Rensch geloven in de nieuwe koers en
onderdeel blijven van de club, kunnen zij het jaar erna misschien voor mooie
bedragen vertrekken. En gezien de beperkte financiële mogelijkheden deze
transferzomer, krijgen jeugdspelers waarschijnlijk meer kansen om zich in de
kijker te spelen.
Daarmee kan op de langere termijn weer gebouwd worden aan
het zilverwaar van de club. Dat past bij de lijn die Marijn Beuker schetste:
een gebalanceerde teamsamenstelling met basisspelers, rotatiespelers en
"high potentials”. Niet alleen gunstig voor prestaties in het veld, ook
voor het businessmodel.
Conclusie: genoeg werk aan de winkel bij Ajax
De onderliggende vraag bij de dalende trend van verdiensten
uit jeugdtransfers is of Ajax meer richting koopclub gaat dan opleidingsclub.
Feit is wel dat Ajax meer is gaan kopen en meer is gaan verdienen aan aankopen
dan de eigen jeugd. Dat was ook de belangrijkste kritiek op Overmars tijdens
zijn succesjaren: te weinig aandacht voor de jeugd.
In de toenemende chaos die daarna zich ontvouwde, lijkt er
meer gekozen te zijn voor snel presteren en snel verdienen met aankopen.
Uiteindelijk is dat onderdeel geworden van een negatieve spiraal die geleid
heeft tot het huidige dieptepunt. Daarom lijkt het geen (bewuste)
koerswijziging, maar de jeugd verdient zeker meer aandacht, om er weer meer aan
te verdienen.
In historische context is wel een patroon te zien. De
successen in de jaren ’90 waren vooral te danken aan een flinke lading
kwalitatief goede jeugdspelers. Nadat zij Ajax verlieten, koos de club ervoor
om vooral spelers te kopen in plaats van nieuwe jeugdspelers te laten spelen.
De gevolgen waren: tegenvallende prestaties, hoge kosten en dure contracten.
Met alle problemen van dien om daar vanaf te komen. Na de succesjaren 2017 en
vooral 2019 koos Ajax opnieuw voor het opvullen van de leegtes met aankopen en
niet met nieuwe aanwas uit de jeugd. En opnieuw: veel aankopen slagen niet,
hebben wel grote contracten en Ajax heeft moeite ze van de hand te doen. De
geschiedenis lijkt zich te herhalen, terwijl Ajax juist het sterkst is als de
club terugvalt op eigen jeugd in combinatie van een klein aantal aankopen.
Een redelijk stabiele stroom van inkomsten halen uit
jeugdspelers is complex; het heeft de juiste mix nodig van visie, organisatie
en prestaties, te combineren met de grilligheid van talentontwikkeling. Lukt
dat, dan zijn jeugdinkomsten bijna een magic bullet: financieel zeer gunstig,
goed voor prestaties, uitstraling en herkenbaarheid, en goed voor de ziel van
de club. Ook hier dus: werk aan de winkel.
José de la Verde (X:
j_berden)
Lees meer 'Diepe Zakken':