Maurice Steijn heeft in zijn tijd bij Ajax nooit het gevoel gehad één te zijn met de spelersgroep, zo vertelt hij bij Casa di Beau. De oefenmeester kwam met twaalf nieuwe spelers te werken en in veel gevallen kwamen die in plaats van een door Steijn en de technische staf gewenste speler. 'De keeper die werd gehaald, was een Duitse keeper (Diant Ramaj, red.). De keuze
was tussen hem en Olij', begint Steijn. 'Iedereen wilde Olij.
Niet alleen de scouting, maar ook de hele technische staf. Ik heb de
desbetreffende keeper uitgelegd: het is niet dat ik jou niet wil of niet goed
vind, maar ik kan kiezen voor een keeper die de leeftijd heeft die we
missen, de Nederlandse taal spreekt en met wie ik al twee jaar succesvol heb gewerkt,
welke keuze had jij dan gemaakt? Ik heb
dat die spelers één voor één geprobeerd uit te leggen, maar dat is wel een issue
gebleven.'
Hoewel Steijn het gevoel heeft tegengewerkt te zijn in zijn tijd als trainer van Ajax, begrijpt hij dat niemand anders dan hij verantwoordelijk bleef voor de resultaten van Ajax. 'Uit bij Fortuna en
Excelsior moet je, ondanks dat ik niet helemaal tevreden was over de
samenstelling en kwaliteit van de groep, gewoon winnen. Dat is mijn
verantwoordelijkheid en kan ik op niemand afschuiven. Maar ik heb nooit het
gevoel gehad
dat ik één was met de spelersgroep.'
Dat de samenwerking tussen hem en directeur voetbalzaken
Sven Mislintat zou verlopen zoals het is gegaan, had Steijn nooit verwacht bij een club als Ajax. 'Als ik naar een
instituut als Ajax, dat altijd succesvol is geweest door samenwerken en drie
jaar geleden op tien seconden de Champions League-finale miste door een
geweldige samenwerking tussen Ten Hag, Overmars en Van der Sar ga, dan mag ik er
toch wel van uitgaan dat daar samengewerkt gaat worden? Dat is dus een
behoorlijke inschattingsfout van mij geweest.'
'Wat kan ik Van der Sar kwalijk nemen?'
Uiteindelijk liep het voor de oefenmeester uit op een grote teleurstelling. Hij geeft aan dat het zijn leven op dat moment heeft beheerst. 'Ook als je ’s avonds thuis
bent. Ik kon het altijd heel goed van me afschuiven, maar dat ging op een
gegeven moment ook niet. Je wordt opgevreten door de club, omdat je het goed wilt
doen. Vanuit de club heb ik tot op het einde het vertrouwen gevoeld, vanuit de
supporters ook. Ik heb geen enkel verwijt naar wie dan ook binnen Ajax, ook op
dit moment niet', besluit Steijn, die nog specifiek op Edwin van der Sar ingaat. 'Wat kan ik hem kwalijk nemen? Niks.'