Sjaak Swart is donderdag officieel 75 jaar lid van Ajax. Ter ere van dat jubileum besloot de club hem te verrassen. Op beelden van Ajax TV is te zien hoe Hein van den Bogaert de man van de club verrast en hem meeneemt naar het Koninklijk Theater Carré Amsterdam. Wat Mister Ajax dan nog niet weet, is dat het in het teken staat van zijn leven als Ajacied. 'Ik ben op dit moment nog veel populairder dan in mijn
Ajax-tijd', vertelt Swart nog onderweg naar Carré. Hij denkt dan nog dat het om een promotievideo voor de Champions League gaat. 'Ik denk dat het ook komt doordat we al een hoop jongens verloren
hebben en er nog enkelen over zijn. De mensen doen alles voor me. Ik vind het
geweldig. Ik krijg ook allemaal mooie dingen en heb af en toe een show met Van
Hanegem. Feyenoord en Ajax, wie wil dat niet zien? We trekken volle zalen en
Willem is een topgozer.'
Vervolgens neemt Swart plaats in de koninklijke loge en wacht hij nietsvermoedend op wat komen gaat. Niet veel later duikt Youp van 't Hek, de man die Nederland veroverde als cabaretier, op. Ditmaal niet om grappen te maken, maar om zijn held te eren. 'Beste Sjaak Swart, of moet ik Mister Ajax zeggen? Ik houd het vanochtend gewoon op Sjakie', begint hij zijn verhaal.
'Vroeger stond ik voor uitverkochte zalen. Nu zit er nog één
eenzame 87-jarige bejaarde in zijn uppie in de zaal. En wat voor een bejaarde.
Een bejaarde die alles is behalve bejaard. Een man die je niet harder kunt
beledigen dan hem een bejaarde te noemen. Een man die mijn
absolute Ajax-held is, omdat hij mijn jeugd – en die van heel Amsterdam –
zeldzaam heeft opgevrolijkt met voorzetten, doelpunten, kampioenschappen, KNVB
Bekers en drie Europa Cups. Jezus, Sjaak, wat heb ik als jongetje van jou en
dat gouden team genoten.'
Mistwedstrijd Ajax
De eerste grote Ajax-herinnering van Van 't Hek blijkt de mistwedstrijd, het treffen met Liverpool op 7 december 1966. 'Het is één van jullie mooiste
overwinningen die niemand heeft gezien, ook jullie zelf niet', vertelt de afgezwaaide cabaretier. 'Het is een
wedstrijd waar zo veel mooie verhalen aan kleven, zoals Salo Muller die
geblesseerde spelers verzorgde zonder dat de scheidsrechter doorhad dat hij in
het veld was.'
'Net als dat jij vlak voor rust al bijna in de kleedkamer was,
terwijl de wedstrijd nog bezig was', gaat Van 't Hek verder. 'Volgens mij was dat potje tegen The Reds
het begin van de glorietijd. Vanaf dat moment waren jullie in mijn subjectieve
Ajax-ogen onverslaanbaar. Jezus, Sjaak, wat waren dat een mooie jaren.'
Tekst gaat verder onder de foto.
Sjaak Swart, ook bekend als Mister Ajax, is sinds 11 september 1950 lid van de club.
De latere columnist werd er door zijn familie zo nu en dan aan herinnerd dat het 'maar' voetbal was. Niets is echter minder waar in het hoofd van Van 't Hek. 'Het was veel meer, Sjaak. Ik weet niet of jij je dat toen
realiseerde, maar jullie lieten jongens dromen. Wij wilden jullie allemaal worden;
Johan, Pietje, Sjakie, meneer Michels. Die vier finales waren natuurlijk goud,
maar de route daarnaartoe ook. Niemand was veilig, met als één van de mooiste
overwinningen die in 1969 in Lissabon, waar jullie een 3-1 achterstand tegen
Benfica goedmaakten.'
Swart geëmotioneerd
De teksten van Van 't Hek gaan nog lang door, maar zijn afsluiting is even zo mooi als de herinneringen die hij met Swart ophaalt. '54 jaar geleden, als zeventienjarig jochie, wist ik niet dat
ik ooit op een doordeweekse dag mijn held zou mogen toespreken in Carré', klinkt een trotse Van 't Hek. 'Niet
leeg, maar overvol herinneringen. Dit Carré is voor mij, Sjaak, totaal
uitverkocht. Je zit daar in je uppie, in de Koninklijke Loge, en terecht. Ik
ben trots dat ik dit mocht doen. Ik beloof je: over 25 jaar sta ik hier weer', besluit Van 't Hek, die een zichtbaar geëmotioneerde Mister Ajax achterlaat.