Edwin van der Sar kijkt terug op een mooie periode als algemeen directeur van Ajax, maar zag dat de club het afgelopen jaar in zwaar weer verkeerde. In mei 2023 besloot Van der Sar te stoppen bij de Amsterdamse club, waarna hij in juli een hersenbloeding kreeg. Een jaar later geeft de oud-doelman zijn eerste interview op televisie bij De Avondetappe. De uitzending wordt opgenomen in Turijn, waar Van der Sar twee seizoenen actief was als keeper van
Juventus. Ook heeft hij goede herinneringen aan de Italiaanse stad als directeur van Ajax. De club won in 2019 met 1-2 van
De Oude Dame in de kwartfinale van de
Champions League. 'Je bent natuurlijk ook een aantal keer kampioen geworden,
dat telt ook. Maar dit was fantastisch.'
De 130-voudig international kan zich de wedstrijd nog goed voor de geest halen. 'We waren hier met heel veel mensen, veel
supporters. We hadden veel jonge jongens op het veld, die presteerden
ongelooflijk goed met
Erik ten Hag als trainer. Top dat je dat met zijn allen
kon beleven en dat je de halve finale van de Champions League kon behalen,
tegen een club waar je zelf ook warme gevoelens voor hebt. Maar heel gaaf om
met Ajax hier te komen als directeur, te spelen tegen een club die vele
miljoenen meer kan uitgeven met grote spelers als Ronaldo en daarvan te winnen.’
'Links en rechts sijpelde wel door wat er gebeurde en wat er mis ging'
Vijf jaar later ziet de wereld er totaal anders uit voor Ajax. De club eindigde het afgelopen seizoen als vijfde en binnen de club is het al tijden onrustig. Van der Sar bekijkt de situatie met gemengde gevoelens. ‘Het was aan de ene kant fijn dat je al wel afstand had
genomen van Ajax. Als dit gebeurt als directeur is het natuurlijk anders. Maar
natuurlijk zitten er mensen bij de club, zoals directieleden, waar je contact
mee hebt gehouden en die wilden weten hoe het met je was.'
Van der Sar kreeg op die manier redelijk mee dat het intern niet goed ging bij de club. 'Links en rechts
sijpelde wel door wat er gebeurde en wat er mis ging. Dat doet natuurlijk heel
veel pijn bij alle Ajacieden en ik denk ook bij een hoop voetbalfans. Dat het
in een jaar tijd zo’n grote stap achteruit gegaan is, is voor mij ook pijnlijk. Als je gestopt bent, word je weer
fan van de club waar je alles aan te danken hebt en op twee manieren hebt mogen
dienen: als speler en als directeur. Het was heel moeilijk om te zien.’