Virgil van Dijk is niet te spreken over de eerste gele kaart die hij kreeg tijdens Hongarije - Nederland. Het kwam de aanvoerder van Oranje uiteindelijk op een rode kaart te staan, want even later kreeg hij ook zijn tweede gele kaart. Uiteindelijk is Van Dijk trots op het feit dat het Nederlands elftal nog een punt uit het vuur sleepte. 'Ik ben volgens mij de enige die iets mag zeggen', gaat Van Dijk tegenover de
NOS in op zijn gele kaarten tegen Hongarije. 'Ik zei
eerst:
last man, dus doorgebroken speler. Ik vond het rood. Hij had totaal geen
intentie om de bal te spelen. Bij de tweede geef ik hem wel een reden om een gele
kaart te geven. Voor mijn gevoel raak ik de bal eerst, maar ik geef hem wel een
reden om de tweede gele kaart te geven.'
'De eerste begrijp ik persoonlijk
helemaal niet', gaat de mandekker verder. 'Je wordt er heel vaak op geattendeerd dat wij als aanvoerders de
enigen zijn die mogen communiceren. Ik kom natuurlijk niet op mijn dooie
gemakje naar een scheidsrechter toe om mijn zegje te kunnen
doen als we achterstaan. Ik heb het gewoon op een respectvolle manier gedaan, maar hij geeft hem
gewoon. In die fase waren er sowieso een paar discutabele beslissingen.'
Dat Nederland vrijdag een moeilijke wedstrijd voor de kiezen zou krijgen, dat had Van Dijk al wel verwacht. 'We hadden van tevoren al het gevoel dat ze zouden inzakken
en op de counter wilden spelen. We probeerden
tussen de linies de vrije man te zoeken en ik denk dat we een paar keer
mogelijkheden konden creëren, maar uiteindelijk was het toch lastig. Het waren
kleine ruimtes en je moet proberen eromheen te spelen. In de tweede helft ging
dat beter en uiteindelijk houd je een resultaat over aan een moeizame avond.'
Stroef Oranje
Dat het bij een tegendoelpunt nóg lastiger zou worden voor Oranje verbaast Van Dijk eveneens niet. 'Je wilt nooit een
tegendoelpunt krijgen. Je moest niet in paniek raken en je spelletje blijven
spelen. De ruimtes zullen ontstaan als je van kant wisselt, tussen de linies
blijft zoeken met een hoge balsnelheid en goed staat als ze counteren. Na hun
goal hebben ze niets meer gecreëerd, dus dat is goed, maar het is een moeizame
avond.'
Waar Oranje tijdens de vorige interlandperiode lof oogstte, was het tegen Hongarije weinig flitsend. Hoe het verschil zo groot kon zijn? 'Omdat je tegen een hele stugge ploeg speelt. Zij spelen als
één blok in 5-4-1 en wachten op balverlies. Dat is altijd lastig, tegen welk
team dan ook. Je hebt diepteloopjes en individuele kwaliteit nodig. Vooral in
de eerste helft was dat niet goed genoeg. De tweede helft was het beter en
creëerden we meer.'