‘DA-VY KLAA-SSEN, OLE OLE OLE’. Ik heb de woorden denk ik
ontelbaar veel keren meegeschreeuwd in de ArenA. Er zijn weinig spelers bij
Ajax die ik met zoveel oprechte liefde heb toegezongen. En toch heb ik me de
afgelopen jaren ook erg vaak geërgerd aan diezelfde Klaassen. Iets waarvan ik
in de zomer van 2020 al overtuigd was, werd de laatste tijd steeds pijnlijker
duidelijk: voetballend was het allemaal niet goed genoeg meer. Desondanks
blijft Klaassen ook voor mij bovenal een enorme held. Een échte Ajacied. Iemand
die de club zeker om die reden enorm gaat missen.
Die heldenstatus heeft Klaassen al ruim tien jaar bij mij,
al sinds zijn eerste periode bij
Ajax, waarin hij onlosmakelijk verbonden raakte
aan de successen van die tijd. Ik was een tiener, fanatiek Ajax-fan en maakte
eindelijk datgene mee waar ik al jaren op wachtte: een succesvolle periode van
mijn club. In 2011 maakte ik voor het eerst écht een landstitel mee, want in
2002 en 2004 was ik vier en zes en had ik nog te weinig besef van wat het
allemaal betekende. De bekerwinsten van 2006, 2007 en 2010 waren leuk, maar de
teleurstelling van het mislopen van de landstitel overheerste toch keer op
keer.
Toen die succesvolle periode van vier opeenvolgende titels eindelijk
aanbrak, plaatste ik de spelers die daarvoor verantwoordelijk waren dan ook op
een voetstuk. Siem de Jong, Viktor Fischer, Christian Eriksen, Toby
Alderweireld en dus ook Klaassen. Als tiener waren die gasten nog belangrijker
en impactvoller voor me dan nu. Ik was niet alleen blij met spelers als
Klaassen, ik keek tegen ze op. Het woord ‘held’ gebruikte ik niet alleen liefkozend,
ik meende het. De spelers van Ajax waren zo’n beetje de coolste mensen ter
wereld.
‘Wat? Hoezo??’
Dat Klaassen in 2017 vertrok, vond ik dan ook jammer, maar
het was volkomen logisch. We hadden net de Europa League-finale gehaald,
Klaassen was aanvoerder en speelde al vijfenhalfjaar in het eerste. In mijn
hoofd was hij nog altijd een topspeler, maar de gebeurtenissen van de jaren die
volgden, deden dat beeld toch aardig kantelen. Klaassen kwam niet uit de verf
in de Premier League en hoewel hij een waardevolle speler werd voor Werder
Bremen, vocht hij daar tegen degradatie, dus hoeveel zei dat? Intussen ging het
met Ajax juist heel goed en meldde de club zich, na een dipjaartje, tussen de
elite van Europa.
‘Wat? Hoezo??’ was dan ook mijn eerste reactie, toen
Klaassen, ruim een jaar na dat Champions League-succes, aan een terugkeer bij
Ajax werd gelinkt. Het niveau bij de club was sinds zijn vertrek alleen maar
verder gestegen, terwijl zijn ontwikkeling in tegenovergestelde richting leek
te zijn gegaan. Hoezeer ik ook van Klaassen hield, kon dit in mijn ogen alleen
maar verkeerd aflopen.
‘Kom dan ook maar’
Kort na de eerste geruchten, speelde Ajax echter uit bij FC
Groningen. Een zaadloze, ongeïnspireerde wedstrijd, waarin het team zich puur
op strijdlust liet aftroeven en uiteindelijk met 1-0 verloor. Zo’n pot waar je
als fan oneindig gefrustreerd van raakt. Kort na afloop kwam vanuit Duitsland
door dat Klaassen had bevestigd dat hij op het punt stond om terug te keren bij
Ajax. ‘Ik wil gewoon terug naar mijn club’, was zijn simpele reden daarvoor.
Nog in de emotie van de nederlaag, schoot ik nog net niet vol. Klaassen mocht
dan niet de meest technisch begaafde speler zijn, maar één ding wist je wel
zeker bij hem: zo ongeïnspireerd als dat stel in Groningen zou hij er nooit bijlopen.
Ongeacht de tegenstander en ongeacht wat er op het spel staat, Davy geeft
altijd honderd procent. En dus verzuchtte ik hardop, alsof Klaassen me kon
horen en mijn zegen ook maar enig verschil zou maken: ‘oohhh, kom dan ook maar’.
Kort na zijn komst leek het er zelfs op dat Klaassen voor
meer zou zorgen dan alleen de broodnodige strijdlust. Als nummer zes draaide hij
uitstekend mee bij Ajax en tikte hij zelfs in de Champions League-confrontatie
met Liverpool een hoog niveau aan. In de loop van het seizoen schoof Klaassen
echter toch weer door naar nummer tien. En van daaruit ontstond een worsteling
met mezelf die ik tot op zijn laatste wedstrijd heb gehad.
Voetballend was het erg vaak erg pover. Klaassen was lang en
regelmatig onzichtbaar in wedstrijden, leed op knullige manieren balverlies en
voegde maar weinig toe aan het spel van de ploeg. Maar daar stelde hij dan wel weer
belangrijke goals tegenover, zoals tegen Lille en Young Boys in de Europa
League en de twee treffers tegen AZ in het officieuze kampioensduel van dat
jaar. De bijnaam Mr. 1-0 kwam niet bepaald uit de lucht vallen.
‘De Ajacied Davy Klaassen is voor mij onaantastbaar’
Nog belangrijker dan dat alles was echter de
onvoorwaardelijke liefde die Klaassen, in alles wat hij deed, voor Ajax toonde.
Hoe gepassioneerd hij juichte als er gescoord werd, of het nou zijn naam of die
van een teamgenoot was die op het bord verscheen. De tranen toen de schaal in
2021 officieel binnen was. De tranen die hij in de
Pak Schaal Podcast beschreef,
toen Feyenoord in mei 2022 in de laatste minuut gelijkmaakte tegen PSV en hij
besefte dat hij met Ajax opnieuw kampioen zou worden. De tranen bij het item
van Ajax TV, nog maar een paar maanden geleden, puur bij de gedachte aan zijn
terugkeer bij zijn club.
Davy Klaassen was niet alleen speler van Ajax. Hij was
supporter en hij was iedere dag weer als een kind zo blij en trots dat hij voor
zijn club mocht spelen.
Dat maakte het zo lastig om me aan hem te ergeren. ‘Een
speler waarvan ik het heel kut vind, dat ik hem zo kut vind’, zo beschreef ik
Klaassen vaak in gesprekken met anderen. Ik ergerde me op momenten kapot aan de
voetballer Davy Klaassen, maar de Ajacied was en is voor mij onaantastbaar. Gek
genoeg misschien wel juist daarom hoopte ik dat hij zou vertrekken. Als hij
niet meer bij Ajax speelde, kon mijn ergernis over zijn spel mijn liefde voor
hem als Ajacied niet in de weg zitten. En hoewel ik voetbaltechnisch nog steeds
denk dat zijn vertrek het beste is, merk ik wel dat ik hem er uitgerekend nu
misschien wel liever bij had gehouden.
‘In Klaassen is de laatste der Mohikanen vertrokken’
Met spelers als Klaassen, Daley Blind en Dusan Tadic had
Ajax de afgelopen jaren altijd wel enkele ervaren jongens die ook echt Ajacied
waren. Het vertrek van die laatste twee maakte dat er ineens toch weinig van
dat soort spelers overbleven, terwijl de instroom van een leger aan nieuwe
aankopen de vraag naar dat soort spelers juist groter maakte.
Jongens die de club kennen, die de clubcultuur konden
bewaken, die weten hoe het bij Ajax werkt, wat er gevraagd wordt en die die
nieuwe jongens op kunnen vangen en de weg kunnen wijzen. Bovenal echter jongens
waarmee je je als fan kunt identificeren. Spelers die je het gevoel van binding
met de club geven. Die trots zijn het shirt, hoe lelijk het dit seizoen ook is,
te mogen dragen en dat in alles uitdragen. In Klaassen is wat dat betreft de
laatste der Mohikanen nu vertrokken.
‘Inter heeft de potentie om een schitterend avontuur te
worden’
De
stap naar Internazionale is er één die ik in de verste
verte niet zag aankomen, maar hem wel enorm gun. Een mooie en grote club, met
een fanatieke aanhang, in een land waar passie en strijd op het veld voor de
meeste fans minstens zo belangrijk zijn als wat je met een bal kan. Het heeft
de potentie om een schitterend avontuur te worden voor Klaassen. Een tot de nok
toe gevuld Giuesseppe Meazza dat de gepassioneerde ‘DAVYYYY’ van de stadionspeaker
beantwoordt met een donderend ‘KLAASSEN’, terwijl hij met zijn typerende rode
kop richting de Curva Nord rent om een doelpunt te vieren. Ik hoop voor
Klaassen dat hij het komend seizoen vaak mee mag maken.
In Amsterdam gaan we hem missen. Niet per se om zijn
voetballende kwaliteiten, wel om zijn enorme clubliefde. Iets wat je zeker deze
dagen moet koesteren. Bedankt voor alles Dave, het ga je goed.
Bademba Barrie (Twitter:
@Bademba__Barrie | E-mail:
[email protected])