Kenneth Perez zou Ajax, mits de ploeg kampioen wordt, niet willen bestempelen als 'kampioen van de armoede.' Het ESPN-gezicht ziet een degelijke organisatie staan bij de recordkampioen en prijst trainer Francesco Farioli daarvoor. Toch hoopt Perez nog op wat meer attractiviteit tijdens het slot van het seizoen. ‘Gelukkig speelden ze tegen een tegenstander die ze geen
pijn kon doen. Ook al hadden ze een paar aanvallen, het werd nooit doortastend.
Ajax, hoe je het ook wendt of keert, regelt het wel qua tactiek en organisatie
en dan hopen ze erop dat de goal valt. Die viel er nu door een penalty’, analyseert Perez de uitwedstrijd tegen PEC Zwolle bij
Voetbalpraat op
ESPN.
Brian Brobbey viel in Zwolle uit met een knieblessure. Het is nog de vraag hoelang de spits hier last van zal hebben, maar de Deen denkt niet dat het mogelijk ontbreken van de Amsterdammer voor veel problemen zal zorgen bij Ajax. ‘De
organisatie is nu het belangrijkste. Nu is het poppetje voor poppetje en daar
word je niet minder van, omdat ze toch een gedegen organisatie en systeem
hebben, waarin iedere speler van tevoren weet wat hij moet doen. Het enige is
dat je nu geen echte diepe spits hebt. Dan krijg je een andere soort invulling,
met Berghuis of Traoré als een
valse negen.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Brian Brobbey moest in Zwolle al snel de strijd staken.
‘Elke keer is er iets geweest en elke keer heeft hij dat
weer opgelost', vult
Willem Vissers aan. 'Ze hebben achttien doelpunten tegen in de competitie. Dat is gewoon
heel weinig. Die jongens hebben ook heel veel zelfvertrouwen. Ik sta gisteren
(zondag, red.) even met
Kenneth Taylor na de wedstrijd en dan beginnen wij allemaal
dat het slecht is.’
‘We zijn gewend dat Ajax de Mona Lisa van het Nederlands
voetbal is en nu is het toch meer een huis-tuin-en-keukenschilderij. Het is
heel degelijk', vindt de journalist van de Volkskrant. 'Die Taylor begon ook een beetje te lachen van: “Wij kunnen er
ook niks aan doen dat we steeds winnen.” Maar ze staan met zelfvertrouwen in
het veld en ze hebben ook veel geluk, want ze hoeven geen kampioen te worden.
Zelfs nu zegt Farioli nog: “We gaan voor de derde plaats en we kijken van
wedstrijd tot wedstrijd.” Dat is ook best handig, maar omdat PSV het zo heeft zitten
verklooien, hebben ze nu een gouden kans. Nu is het de vraag hoe ze daarmee
omgaan.’
Kampioen van de armoede?
De laatste tijd is het nodige gezegd en geschreven dat Ajax bij een titel de 'kampioen van de armoede' zou zijn. Perez is het hier niet mee eens. ‘Kampioen is kampioen. Jij kan er ook niks aan doen dat de
gedoodverfde kampioen het helemaal vergooid en als je zo blijft doorgaan, kom
je op best veel punten uit. Kampioen van de armoede is meer als je maar 72
punten haalt.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Ajax kan op maximaal negentig punten uitkomen dit seizoen.
‘Het enige dat ik wel vind is dat topclubs wel moeten
aantonen dat ze beter zijn', voegt de analist er aan toe. 'Ze hebben het nu getroffen met het publiek dat daar
totaal geen boodschap aan heeft, maar hoe houdbaar is dat? Want stel: ze worden
nu kampioen. Dan liggen de verwachtingen volgend seizoen wat hoger. Kan je dan
nog steeds op deze manier voetballen?’
Vissers kan zich wel in de woorden van zijn tafelgenoot vinden en heeft zelf een term bedacht. ‘Ik zou het, als ze kampioen worden, de kampioen van de
slimmigheid noemen. Je hebt geroeid met de riemen die je hebt, maar dat zijn
andere riemen dan Ajax normaal heeft. Normaal is Ajax het voorbeeld, dat willen
ze zelf ook zijn, van “wij spelen voetbal zoals je voetbal moet spelen.” Dat
hebben ze niet altijd gedaan, want in het laatste jaar onder Frank de Boer ging
je bij wijze van spreken rennend naar huis toe. Dat was een beetje voetbal als
dit: heel dor en af en toe een doelpunt.’
Individuele ontwikkeling
Perez ziet in ieder geval één positieve ontwikkeling bij de Amsterdammers. ‘Het is wel zo dat de Ajax-spelers op deze manier
individueel beter worden en beter voorbereid zijn op de buitenlandse
competities. Beter dan in het stramien van: lekker voetballen en als het
tegenzit, jammer. Dat was het stramien van de afgelopen paar jaar.’
Tot slot gaat de oud-Ajacied in op het in zijn ogen grootste talent van Ajax: Jorrel Hato. ‘Hato is het enige echte toptalent. Hij heeft al honderd
wedstrijden gespeeld en het is ook een kwaliteit dat je zelden tot nooit
geblesseerd bent. Hij speelt altijd. Ondanks zijn mentor Winston Bogarde, die het
belachelijk vond dat hij linksback moet spelen. Maar dat heeft hem eigenlijk
nog beter gemaakt. In plaats van eenzijdig is hij veelzijdig nu.’
Hato maakt dus een goede indruk en de vraag is: waar ligt zijn toekomst. De heren aan tafel vinden Liverpool de juiste bestemming voor de negentienjarige verdediger. 'Arne Slot zou gek zijn om Hato niet te halen, als ze hem kunnen betalen', besluit Perez.