Ché Nunnely kijkt nog
altijd met een bijzonder gevoel naar Ajax. Donderdag gaat hij met Willem II op
bezoek in de Johan Cruijff ArenA en hoewel hij nog altijd een warm gevoel voor
de club koestert, geeft hij toe dat hij door zijn carrièreverloop wat meer
afstand tot Ajax voelt. Wel kent hij vrijwel de gehele selectie van de
Amsterdammers nog en vooral het gegeven dat hij hen treft, ziet hij als iets
speciaals. We spreken de aanvaller een dag nadat Willem II met 0-1
onderuit is gegaan tegen Go Ahead Eagles. Een gezonde dosis chagrijn is
zodoende te verwachten aan de andere kant van de lijn, maar de oud-Ajacied
klinkt even vrolijk als altijd. ‘Ik kan me er altijd wel overheen zetten. Het
is natuurlijk niet leuk, maar we gaan weer door’, reageert hij nog kort op de
wedstrijd. Overigens was Nunnely basisspeler op zaterdag, maar wel werd hij in
tachtigste minuut naar de kant gehaald door trainer Fred Grim.
De 22-jarige buitenspeler zegt zich goed te voelen in
Tilburg. Hij tekende in de zomer van 2019 een contract bij Willem II en zette
er stappen in het profvoetbal. Wel loopt zijn contract na het huidige seizoen
af. ‘Het is nu het laatste seizoen dat ik hier speel. Ik denk dat ik ben
gegroeid in een hoop dingen. Je gaat natuurlijk ook op jezelf wonen. Je bent
ver van huis, want ik kom uit Almere. Ook in mijn spel word ik meer volwassen.
Persoonlijk gaat het dus goed.’ Over zijn toekomst laat Nunnely zich niet uit,
want daarover is hij zelf nog volop in gedachten.
De grootste stap die Nunnely in Tilburg heeft gezet, is die
van jeugdspeler naar prof, zo laat hij weten. ‘In het eerste jaar was het even
wennen. Je komt van Jong Ajax en gaat naar de Eredivisie. Er zijn dingen die
wat anders gaan, fysiek en in de manier van spelen. Je gaat naar Willem II en
bij Ajax had je altijd de bal. Nu is het meer afwachten tot je de bal hebt en
dan bijvoorbeeld counteren. Ik moet meer verdedigen en in het begin was dat moeilijk
voor mij. Ik zei altijd: ik ben
aanvaller. Ik weet dat ik moet verdedigen, maar niet heel veel. Nu heb ik
gezien dat het allebei even belangrijk is. Het is ook goed voor me.’
Hij mag zijn wedstrijden dan niet meer in Amsterdam
afwerken, toch houdt hij zijn oude club in de gaten. Zo bekeek hij Ajax zondag
ook tegen Sparta Rotterdam, maar heel enthousiast werd hij daar niet van. ‘Het
was een wedstrijd waarvan je in slaap kon vallen, maar Ajax won wel.
Uiteindelijk vergeet je deze wedstrijd als Ajax-supporter, maar je hebt wel
drie punten’, benoemt hij de belangrijkste zaak.
'Ik spreek Danilo nog best vaak, leuk dat hij weer kan spelen'
Nunnely geeft aan de club nog altijd met een speciaal gevoel
te bekijken, maar zoals het in zijn tijd als in Amsterdam was, is het niet
meer. ‘Het wordt wel wat minder, omdat je al wat langer niet meer bij Ajax
speelt. Maar het is altijd leuk, omdat ik iedereen in de selectie ken. Vooral
de jonge jongens ken ik en het is goed om hen het goed te zien doen in de
Champions League. Danilo mocht starten tegen Sparta en met hem ben ik goed. Ik
spreek hem nog best vaak. Het is leuk dat hij weer kan spelen.’
De Braziliaanse spits kent een rol als tweede spits achter
Sébastien Haller en het is dan ook moeilijk om écht op de prestaties van Danilo
in te gaan. In Ajax 1 ziet men hem immers weinig aan het werk. ‘Het is
natuurlijk lastig voor hem, want Haller doet het supergoed. Hij moet zijn kansjes
gewoon afwachten en het laten zien als hij erin komt. Meer kun je eigenlijk
niet doen. In het begin moest iedereen nog kijken wat het zou worden met
Haller, maar hij heeft zich nu helemaal laten zien’, ziet ook Nunnely.
Niet alleen Danilo is nog een bekende voor de jonge
voorhoedespeler. Hij is pas ruim twee jaar weg uit Amsterdam en dus ziet hij –
wanneer hij naar Ajax kijkt – eigenlijk alleen maar bekenden. ‘Eigenlijk ken ik
superveel jongens. Ik heb met veel van ze gespeeld. Ik heb met Nous (Mazraoui,
red.), Ryan (Gravenberch, red.) en Jurriën (Timber, red.) gespeeld. Met bijna
iedereen, alleen met de jonge jongens heb ik wat meer een klik, omdat ik echt
met ze samen heb gespeeld.’
Zijn benoemde voetbalvrienden zag hij dit seizoen meermaals
uitblinken. Niet alleen in de Eredivisie, maar ook in de Champions League.
Nunnely geniet ervan, zo geeft hij aan. ‘Het is altijd leuk om te zien. Als
Ajax in de Champions League speelt, ben je natuurlijk gewoon voor Ajax. Al ben
je niet voor Ajax, dan kun je alsnog applaus geven voor hoe ze het doen. Gewoon
voor het Nederlands voetbal. Omdat ik een verleden heb bij Ajax, is het nog wel
anders om te kijken.'
'In de omschakeling kun je Ajax met snelle spelers misschien pijnigen'
Omdat Nunnely zijn oude ploeg regelmatig aan de slag ziet,
kent hij ook de sterktes en zwaktes van de Amsterdammers. Hij laat zich er kort
over uit. ‘De kracht van Ajax is het teamspel. Je hebt individuele kwaliteiten
die het verschil kunnen maken, maar het collectief presteert supergoed. Ajax
valt wel heel veel aan, dus in de omschakeling kun je Ajax met snelle spelers
misschien pijnigen’, aldus de rechtsbuiten over Ajax’ pijnpunt.
Nunnely bekijkt Ajax nu als de opponent van komende
donderdag. Zijn carrièrepad verdreef hem uit Amsterdam en hoewel hij het niet
uitsluit, is hij niet bezig met een eventuele terugkeer naar Ajax in toekomst.
‘Het is niet zo dat ik echt nog hoop bij Ajax te komen spelen. Mijn carrière
loopt gewoon anders en als Ajax in een later stadium weer op mijn pad komt, dan
zou ik niet denken: daar speelde ik
vroeger, dus ik ga er niet weer heen. Ik zou denken: Ajax is altijd mijn club geweest. Je weet hoe het kan lopen in de
voetballerij. Je kunt overal terechtkomen, dus het is niet zo dat ik echt wacht
tot ik weer bij Ajax terechtkom. Wie weet, ooit.’
Ondertussen probeert hij zich van zijn beste kant te laten
zien in het shirt van Willem II. De jeugdinternational is een rechtsbuiten
zoals ze nog maar weinig op de velden te zien zijn: snel en met zijn sterkere
rechterbeen op de rechterflank. ‘Ik heb mijn snelheid en acties mee. Daarmee
kom ik al ver. Ik sta met mijn rechterbeen op de rechterflank, dat is wat
ouderwets. Ik probeer mezelf zo goed mogelijk te laten zien. Ik wil laten zien
dat je nog met je rechterbeen op de rechterkant kan spelen.’
Samen met Willem II moet hij donderdag standhouden tegen
koploper Ajax. Sommige ploegen bestrijden de Amsterdammers door totaal in te
zakken, terwijl andere clubs druk proberen te zetten op de defensie. Nunnely
denkt niet dat de Tilburgers voor één van beide zullen kiezen. ‘Een beetje van
beide. Wij willen niet gaan inzakken en Ajax op ons af laten komen. Tenminste,
daar houden wij niet van. Wij houden ervan ook het spel proberen te maken,
doelpunten te maken en niet maar te wachten. We moeten niet met een bang gevoel
naar de ArenA gaan. We moeten laten zien dat wij ook gewoon een ploeg kunnen
zijn en dat bewijzen.’
Nunnely ziet voordeel in een lege Johan Cruijff ArenA
Nunnely keert donderdag terug in de Johan Cruijff ArenA, het
stadion waarin hij in zijn jeugdjaren vaak te vinden was. Hij kijkt ernaar uit
om er weer in te spelen, al baalt hij van de afwezigheid van de fans. ‘In een
volle ArenA spelen is sowieso supermooi. Ik heb dat tot dusver maar één keer
gedaan. De andere keer waren er ook geen fans in het stadion. Het is jammer,
maar misschien is het voor ons wel een pluspuntje. In een volle ArenA is het
toch lastiger als uitploeg.’
Tot slot benoemt Nunnely wat hij concreet van donderdag
verwacht. ‘We moeten niet bang naar de ArenA gaan. We moeten ons mannetje staan
en laten zien wat we kunnen. Ik ga proberen het mijn directe tegenstander zo
lastig mogelijk te maken. Daley Blind is een denker, maar ik denk dat ik
sneller ben dan hij. We zullen zien. Het worden sowieso leuke duels en het is
leuk om iedereen weer te zien.’
Jesse ter Haar (Twitter:
@jesseterhaar | e-mail:
[email protected])