Arie van Eijden, Ruud Krol, Klaas Nuninga en Jan Mulder hebben mooie herinneringen aan hun vroegere teamgenoot Johan Cruijff bij Ajax. Het viertal krijgt uniek beeldmateriaal van de legendarische voetballer te zien en dat haalt veel verhalen naar boven. ‘Mijn vader was rond de Tweede Wereldoorlog groenteboer in
Amsterdam-Oost en Johans vader was groenteboer in Betondorp, dus die kenden elkaar.
Ze spraken elkaar regelmatig rondom het voetbal totdat Johans vader natuurlijk op
veel te jonge leeftijd overleed’, vertelt Van Eijden bij
Andere Tijden Sport.‘Hij was de jongste en eigenlijk te klein, waardoor zijn
moeder hem verbood mee te spelen. Hij was altijd bezig met voetbal, dus er moest
op zijn fysiek gelet worden. Dat was de angst van zijn moeder, want hij was
heel fragiel’, herinnert de oud-speler en -directeur van Ajax zich nog. Nuninga heeft op zijn beurt nog een mooie anekdote over het postuur van Cruijff toentertijd.
‘Hij kwam bijna als ervaren uit de A-jeugd bij het eerste.
Dat gebeurt zelden, maar aan Johan hoefde je voetbaltechnisch helemaal niet te
twijfelen. Hij was wel een stuk kleiner, dus we noemden hem ook De Kleine. “De
Kleine, nu je mond houden en aan de bak!” Echt dat Amsterdamse en wij voelden
ons ook verantwoordelijk voor Johan’, stelt de oud-spits van de Amsterdamse club.
Cruijff kwam kroketten brengen
Van Eijden zag de één jaar jongere Cruijff als een warm mens en bevestigt dat door een anekdote te vertellen over de tijd dat hij in het ziekenhuis lag en bezoek kreeg van Cruijff en twee andere ploeggenoten. ‘Toen kwamen ze twee kroketten brengen en ze vonden blijkbaar
dat ik die zo lekker opat dat ze iedere avond twee kroketten voor me gingen
halen bij de snackbar die in het ziekenhuis zat. Dat was ook Johan Cruijff.’
Tekst gaat verder onder de foto.
Johan Cruijff kwam standaard twee kroketten brengen bij Arie van Eijden toen laatstgenoemde in het ziekenhuis lag. (Rob Bogaerts / Anefo, CC0, via Wikimedia Commons)
Unieke voetballer
Cruijff was voor zijn tijd een bijzondere voetballer, zag ook Mulder. ‘Wij waren in Nederland gewend aan trage voetballers op het
middenveld. Cruijff bracht een soort muziek in het voetbal, iets Zuid-Amerikaans.
Ik wil het niet meteen samba noemen, maar ik leefde enorm op van zijn manier
van doen en zijn lichamelijke beweeglijkheid.’
Krol sluit zich bij de voormalig aanvaller van Ajax en RSC Anderlecht aan. 'Johan was toen van wereldklasse, van superwereldklasse. Een
fabelachtige speler, zoals je in die tijd ook Pelé en later Maradona had. Die
konden in hun eentje wat veranderen. Hij versnelde, wachtte op een tegenstander
en versnelde dan nog een keer. De enige die ik dat ooit nog heb zien doen is
Messi.’
Stemmen voor aanvoerderschap
Vlak voor Cruijffs vertrek naar FC Barcelona in 1973 was er een flinke tweedeling in de spelersgroep. Dit mondde uit in een stemming over wie de aanvoerder moest worden: Cruijff of Piet Keizer. Krol weet niet meer wie zijn voorkeur genoot. ‘Wist Ruud Krol niet meer op wie hij gestemd had?', verbaast Mulder zich. 'Ik geloof
dat hij op Keizer heeft gestemd, ik op Johan. Ik vond Piet Keizer een geweldige
man en misschien een betere aanvoerder qua persoonlijkheid en statuur dan Johan,
maar Cruijff was er nu eenmaal maar één keer en ik zag het belang van dat
aanvoerderschap niet.’
‘Er zijn natuurlijk andere verhalen, maar Johan kon naar
Barcelona en dat was gewoon zijn doel’, reageert Krol op zijn beurt weer, maar hier kan Mulder zich niet in vinden. ‘Dat klopt niet helemaal, want toevallig stond ik daarbij.
Ik weet nog dat hij woedend was en dat hij zo’n zwarte bakelieten telefoon
pakte. Hij zei maar één zin en die hoor ik nog: “Bel Barcelona maar op.”’