Jordi Cruijff zet met zijn transferbeleid bij Ajax hoog in, maar neemt ook risico, zo stelt Daan Sutorius in Het Parool. De zoon van Johan Cruijff kiest voor een basis van ervaring binnen de selectie van de Amsterdammers en hoewel dat nodig kan zijn om te presteren, kan het ook het bedrijfsmodel van Ajax onder druk zetten. 'De eerste transferzomer van technisch directeur Jordi Cruijff bij Ajax was puur gericht op de korte termijn', concludeert de volger van de Amsterdamse club. 'Hij
voorzag de selectie van een flinke kwaliteitsimpuls met onder meer Julian Brandt, Marc ter Stegen en Thilo Kehrer, maar zette ook het bedrijfsmodel onder druk. Het doel is kampioen worden, maar hoe staat Ajax er straks voor als dat onverhoopt niet lukt?'
De eerste grote 'aankoop' van Cruijff was de aanstelling van
Míchel Sánchez. 'Naast een technisch directeur is een trainer de belangrijkste man in een voetbalorganisatie', weet Sutorius. 'Daar een vakman neerzetten is van cruciaal belang om goede prestaties te leveren. Een vakkundige trainer laat zijn spelers er beter uitzien dan ze daadwerkelijk zijn. Bij een incapabele trainer gebeurt doorgaans het tegenovergestelde.'
'Míchel lijkt tot de eerste categorie te behoren', gaat de journalist verder. Hij merkt op dat de Spanjaard een belangrijke rol speelde bij het aantrekken van spelers. 'Zijn aanwezigheid is belangrijk bij het strikken van Daley Blind, Marc ter Stegen en Viktor Tsygankov. Zij speelden vorig jaar onder Míchel bij Girona en kiezen mede vanwege de 50-jarige Spaanse coach voor Ajax.'
De financiële balans van Ajax
Hoewel Ajax relatief grote spelers wist aan te trekken en voor veel geld spelers wist te verkopen, moet de club ook de financiële balans in de gaten houden. 'Wie de in- en uitgaande transfers tegen elkaar afzet, ziet een boekhoudkundige winst op transfers van zo’n 54 miljoen euro. Dat is fors, maar ongeveer 35 à 40 miljoen daarvan is nodig om de jaarlijkse afschrijvingskosten (transfersommen plus salarissen van eerder aangekochte spelers) te dekken.'
'Daarnaast stevent Ajax ook af op een operationeel verlies (de inkomsten en uitgaven uit de normale bedrijfsvoering minus het transfersaldo)', weet Sutorius. 'In seizoen 2023/24 was dat bijna 40 miljoen, het jaar daarop bijna 20 miljoen en ook in het voorbije seizoen voorspelt Ajax een operationeel tekort. Ook die verliezen moet de club dekken uit transfergelden. Het toont eens te meer aan hoe afhankelijk de club van lucratieve uitgaande deals is.'
De voorlopige conclusie over het werk van Cruijff bij Ajax laat zich dan ook raden. 'Cruijff neemt met zijn kortetermijnstrategie flinke risico’s om Ajax terug te brengen naar de top. Vanuit sportief oogpunt is dat te begrijpen. De club wil in alle competities meedoen om de prijzen en dat kan alleen met een flink versterkte selectie. Met een aantal knappe deals heeft Cruijff de kans daartoe flink laten stijgen.'
Tekst gaat verder onder de foto.
Jordi Cruijff trok namens Ajax in totaal elf spelers aan voor het eerste elftal.
'Maar de komst van al die dure, veelal oudere spelers zet ook het bedrijfsmodel van Ajax onder druk, dat gestoeld is op spelers opleiden (of hen goedkoop aantrekken) en daarna met winst verkopen', weet Sutorius. 'Daarnaast zijn de uitgaven aan salarissen, tekengeld en andersoortige bonussen flink toegenomen ten opzichte van de bezuinigingskoers die Cruijffs voorganger Alex Kroes en algemeen directeur Menno Geelen eind 2024 aankondigden.'
De verslaggever omschrijft het huidige seizoen dan ook als een soort gok. 'Als Ajax kampioen wordt of zich via de tweede plek en play-offs plaatst voor Champions Leaguevoetbal, verschaft de club zich een goede uitgangspositie om de wederopbouw structureel gestalte te geven. Kwalificeert Ajax zich niet voor Champions Leaguevoetbal, dan is de club financieel en ideologisch een stuk verder van huis.'