Etienne Vaessen heeft niets anders dan respect voor de manier waarop Brian Brobbey contact met de keeper heeft gehouden. De twee kwamen in botsing tijdens RKC Waalwijk - Ajax, waarna de schrik behoorlijk toesloeg in Noord-Brabant. Na veel onderzoeken en het nemen van rust is Vaessen er weer bovenop en keept hij weer namens RKC Waalwijk. 'Ik weet niet zo veel meer', vertelt de keeper in gesprek met
ESPN. 'Ik weet dat ik rond de 77ste
minuut naar de klok keek en we 3-2 achter stonden. Ik vond dat we goed bezig
waren en hoopte dat we nog een goaltje zouden maken. Toen ging bij mij het
licht uit en werd ik voor mijn gevoel echt wakker in het ziekenhuis in Tilburg.
Ik had een nekbrace om. Ze zeiden dat ik eerder al bijgekomen was, want ze
hebben ook met me gesproken in de kleedkamer, maar dat kan ik me maar heel vaag
herinneren.'
Dat er zo veel mensen op en rond het veld waren die zichtbaar aangedaan waren, raakte Vaessen erg. 'Je ziet mensen die om jou geven. Al
mijn teamgenoten hebben om mij gegeven. Normaal zijn we kerels en mannetjes en
dan zie je ze allemaal breken voor jou. Daar heb ik het heel zwaar mee gehad. Ik
kan ze niet genoeg bedanken voor hoe ze me zagen en nog steeds zien.'
'Ik heb het er
met Brobbey over gehad', gaat de doelman vrijwel meteen verder. 'Je speelt duizenden van
dat soort duels in een seizoen en het gaat heel vaak goed. Ik zag dat hij ook
nog een duwtje in zijn rug kreeg. Brobbey heeft heel netjes contact met mij
gezocht. Vorige week zocht hij nog contact. Zijn familie
heeft ook bloemen en een fruitmand gestuurd. Dat hebben ze heel netjes gedaan.
Ik heb echt niet het idee dat er opzet in was, dus geen enkel verwijt naar
Brian.'
Vaessen: 'Eerste dagen kon ik niet tegen prikkels'
Tot slot vertelt de in Breda geboren goalie over de dagen ná de gebeurtenis. 'De eerste paar dagen had ik geen telefoon en kon ik niet tegen
prikkels. Uiteindelijk heb je het moment
teruggekeken. Ik vond het wel moeilijk. Er is iets uit je leven weggerukt waar
je niet bij was. Dat waren die zes minuten. Op die beelden zag het er heel erg
uit. Dat was het op zich ook wel, maar uiteindelijk ben ik heel blij dat ik
hier nog zit en ik weer kan doen wat ik heel leuk vind en goed kan.'