Na iedere wedstrijd die Ajax speelt, valt er weer genoeg na te bespreken. Mooie doelpunten, vervelende momenten, vreugde en verdriet. Ajax Showtime kijkt iedere week met één van de redacteuren terug op de wedstrijd én wekelijkse actualiteiten in De Nabeschouwing. Vandaag: Ajax zet een grote stap richting de kwartfinales van de Europa League. Ditmaal met hoofdredacteur Bart Veenstra. Lees hier zijn blik op de wedstrijd en praat mee! Stelling: Ajax deed zichzelf té lang tekort tegen Young Boys.
‘Dat vind ik wel. Ik zag het ook niet eens als investeren,
al kun je dat achteraf wel zeggen. Je ziet dat zij ruimte gaan weggeven als je
op 1-0 voorsprong komt en dan is de beer los. Zij kwamen voor een
0-0 en als zulke ploegen dan de eerste tegentreffer om de oren krijgen, dan
gaan ze op twee gedachten hinken. Dan komt er ruimte en daar heeft Ajax van
geprofiteerd. Het is wel jammer dat de 1-0 pas laat valt. Als je die eerder
maakt, dan kun je al veel eerder uitlopen. De mogelijkheden om eerder op
voorsprong te komen waren er zeker.’
Waardoor zag jij het voor rust steeds net niet lukken?
‘Sowieso vond ik het wel meevallen met hoe veel grote kansen er voor
rust gecreëerd werden. Er ontstonden wel kansen, maar geen hele grote. Die van Antony had erin gemoeten in de eerste paar minuten en Neres had
misschien ook kunnen scoren. Verder volgden er geen hele grote uitgespeelde
kansen. Een paar keer viel de bal per toeval voor de voeten van een Ajacied,
zoals bij Tadic en Gravenberch. In de laatste fase ontbreekt er iemand die de
steekpass kan geven. Ik denk dat Kudus dat wel kan. Van achter uit miste je
Blind, die een linie over kan slaan. Martínez doet dat iets minder. Die speelt
de bal vaker breed, terwijl Blind voor de diepte kiest.’
Kun je iets dieper ingaan op het gemis van Daley Blind?
‘Blind is veruit de beste opbouwer van Ajax. Dat wil niet
zeggen dat ik Martínez geen goede opbouwer vind, maar laten we zeggen dat hij
het goed kan voor het niveau van Ajax en Blind uitmuntend. Dat miste je vandaag
gewoon heel erg. Blind is er een meester in om een linie over te slaan,
waardoor je al heel snel richting het doel van de tegenstander gaat. Nu duurde
het af en toe wat te lang. Martínez staat veel stil en loopt met de bal. Dan
vraag je je af wat er gaat gebeuren en uiteindelijk is het een passje opzij
naar Álvarez. Er had iets meer tempo in gemogen.
Wel speelde je tegen Young Boys, dat erop loert dat je een
fout maakt. Daar willen zij van profiteren. Bayer Leverkusen trapte daar wel
in, maar ik denk dat de spelers van Ajax de opdracht van Ten Hag hebben
gekregen om zuinig te zijn op het balbezit. Veiligheid boven alles, want de kansen
komen vanzelf wel. Dat hebben ze gedaan en die kansen kwamen ook. Je moet het
geduld kunnen opbrengen. Ik ben blij dat het uiteindelijk gelukt is.’
Wie vond jij de beste Ajacied?
‘Ik vond Álvarez in verdedigend opzicht goed, hij zat weer
overal tussen. Hij veroverde veel ballen en was sterk in de duels. Door zijn vele onderscheppingen kwam de verdediging van Ajax nauwelijks onder druk te staan. Klaassen
vond ik ook heel goed. Hij was vaak aanspeelbaar. Maar dat gold voor Tadic ook.
Hij liep overal en dat deed hij heel goed, dus wat mij betreft is hij de man
van de wedstrijd. Hij creëerde meerdere kansen voor zijn teamgenoten. Op
linksbuiten vind ik hem ook heel goed, maar in de spits gaat hij zwerven. Dat
is een voordeel, want je brengt de verdediging van de tegenstander ermee in de
war. Aan de andere kant is het een nadeel dat er niemand in de punt komt als
hij weg is. Je vraagt je af of Antony of Neres dat kan, maar dat zijn ook niet
echt spelers voor in de punt van de aanval. Misschien moet Klaassen daar wat
vaker komen, maar hij moet vanaf het middenveld komen en moet ook in de
gaten houden of het wel of niet kan. Met Brobbey in de spits zie je dat er een
echte spits rondloopt. Tadic is geen echte spits die in de punt staat om
bijvoorbeeld een voorzet in te koppen.’
Hoe was je gevoel bij rust? Had je al het gevoel dat het nog uit zou lopen op een ruime zege?
‘Nee, dat had ik niet. In de organisatie stonden ze best
oké. Ajax kreeg een paar kansjes, maar geen grote. Ik dacht: je moet maar hopen
dat je er überhaupt doorheen komt. Als het dan eenmaal lukt, gaat het los.
In de rust had ik zo’n ruime zege dus nog niet aan zien komen. Ik vond dat het
in de eerste helft redelijk moeizaam verliep bij Ajax. Écht heel veel grote kansen waren er, op de kansen in de beginfase na, ook niet. In de eindfase was het telkens nét niet. Je hoopte er wel op, maar ik
had niet het idee dat Ajax er even flink overheen zou lopen. Dat is toch
gelukt.’
Erik ten Hag geeft David Neres weer veel minuten om hem in zijn ritme te laten komen. Zie jij hem al terugkomen op niveau?
‘Ik vond Neres best goed spelen. Het mooie aan Neres vind ik
dat hij ontzettend veel diepgang heeft. Dat is zó lekker. Op een gegeven moment
had Tadic de bal en wachtte hij tot Antony diep zou gaan. Hij bleef maar staan,
toen kon hij de bal niet kwijt en zag je hem gebaren van: ga nou eens een keer
diep. Het probleem van Antony is dat hij die diepte niet zoekt en Neres heeft
dat wel. Ik denk niet dat hij al op z’n best is, maar je zag wel weer een paar
glimpen van de goede Neres die we kennen. Het is jammer dat zijn kans in het
zijnet belandde, maar het kwam wel weer voort uit zijn diepgang. De kans van
Antony ontstond daar ook uit. De pass van Tagliafico was geweldig,
maar hij kan die pass niet geven als de aanvallers niet diepgaan. Dat is echt een
wapen met Neres.’
Er werd van tevoren veel gepraat over Young Boys. Wat vond jij nu echt van de kwaliteiten van de tegenstander?
‘Van tevoren wisten we er niks van. We moesten het doen met
verhalen over Leverkusen en andere mensen die de club kennen. Het is een beetje
een grote onbekende voor ons, maar ze werden met de dag groter gemaakt door de
analisten en media. Individueel vond ik ze echt matig. Als team zat er wel een
idee achter, ze stonden gegroepeerd. Ze loeren gewoon heel erg op de kansen,
dus je moet wel echt waakzaam zijn en dat was Ajax. Ze werden qua stijl
vergeleken met PSV, maar als je ze met hen vergelijkt, dan is PSV veel
beter. Zeker qua individuele klasse. En met Lille hadden we een ronde eerder
ook een betere tegenstander.’
Tot slot: hoe kijk jij nu naar de return? Moet Ajax op volle oorlogssterkte aantreden?
‘Ik zou in Zwitserland zeker met je beste team aantreden. Je kunt wel
een paar spelers rust geven, maar ik zou niet weten waar dat voor nodig is. Je
speelt om het tweeluik heen tegen PEC Zwolle en ADO Den Haag. Daar hoef je geen
spelers rust voor te geven. Sowieso vind ik dat je uit respect voor de
tegenstander met je beste team moet spelen. Je slaat jezelf voor je kop als je een paar spelers rust geeft en je hem daar verliest. Je zou denken dat
het gespeeld is, want als je er daar één scoort, moeten zij er vijf maken. Ik
zie Ajax daar wel scoren en zeker geen vijf tegendoelpunten incasseren, maar je
moet wel gefocust blijven. Als je na een uur gelijkstaat of met 0-1 voorstaat,
dán kun je wel wat andere jongens in te brengen. Je kunt er ook aan denken
om iemand als Idrissi te laten starten, maar ik zou niet vijf of zes spelers
uit je basiselftal halen. Als spelers kampen met een pijntje, als Blind
bijvoorbeeld nog last heeft, dan zou ik daarin ook geen risico nemen. Dat kun
je wel opvangen.’
Jesse ter Haar (Twitter:
@jesseterhaar | e-mail:
[email protected])